Jerre Hakse en zijn vrouw Pam Damstra hebben hun monumentale pand in de Grote Kerkstraat verkocht, de deuren van het atelier en de galerie sluiten.

Kunstenaar Jerre Hakse (83) sluit zijn atelierdeuren: 'Ons lievelingsdoek is ook verkocht. We hadden het wel willen houden, maar we hebben straks geen plek’

Jerre Hakse en zijn vrouw Pam Damstra hebben hun monumentale pand in de Grote Kerkstraat verkocht, de deuren van het atelier en de galerie sluiten. FOTO NIELS WESTRA

De Prins van Waldeck in de Grote Kerkstraat is verkocht. Jerre Hakse (83) sluit na komend weekend definitief de deuren van zijn atelier en galerie in dit monumentale pand.

Eigenlijk hadden Jerre Hakse en zijn vrouw Pam Damstra geen plannen. Ze waren de afgelopen jaren alleen nog op afspraak open, en wilden zonder al te veel gedoe sluiten. ,,We zijn oud aan het worden’’, zegt Pam. ,,Ja, jíj hè’’, grapt Jerre. Ze gaan op zoek naar iets anders, nu hun statige pand is verkocht aan Maarsingh & Van Steijn.

Nadat ze ruim twintig jaar een galerie in Leeuwarden hebben gehad, kon dat echter niet onopgemerkt aflopen, vonden Pams kinderen. ,,Zij zijn heel druk bezig geweest om alles in te richten. Als Jerre en ik dat samen deden, kregen we altijd ruzie.’’ De kinderen waren er de afgelopen twee weekeinden ook bij, om alle bezoekers te verwelkomen. ,,Via hen kwamen er onder meer veel liefhebbers uit Amsterdam over de vloer. We hebben veel verkocht.’’

Lievelingsdoek

Vroeger grapte Jerre dan dat Pam weer een nieuwe jurk kon kopen, terwijl die nooit een jurk draagt. ,,En ik een paar nieuwe schoenen’’, zegt hij. Als hij dat echt altijd had gedaan zodra hij wat verkocht, had hij Imelda Marcos naar de kroon gestoken, denkt Pam.

Ze wijst op een heel groot doek in groen, blauw, zwart en wit. ,,Deze is ook verkocht. Het is ons lievelingsdoek en we hadden het wel willen houden, maar we hebben straks geen plek.’’ Het komt in een Amsterdams grachtenpand terecht en dat is precies hun gedroomde plek ervoor. Pam ziet er elementen van het Griekse eiland Kefalonia in terug. ,,We leerden elkaar 32 jaar geleden kennen, en ik heb Jerre min of meer ‘uit de Friese klei’ getrokken. Ik mocht graag wat van de wereld zien, en onze eerste reis samen was naar Kefalonia.’’

Jerre werkte tot die tijd vooral ‘horizontaal’, zegt ze. Zijn werk had een hoge mate van abstractie, en van een duidelijke inspiratiebron was geen sprake. ,,Ik ga gewoon aan het werk’’, zei de schilder er altijd zelf over. Toch zagen recensenten er van alles in. Zo schreef Eduard Kools in 1968 in deze krant: ,,In Hakses vegetatieve kunst hangt een explosieve dreiging die wel eens een expressie zou kunnen zijn van zijn kijk op maatschappelijke toestanden. Er is een vitaliteit in opgehoopt, die getuigt van een intuïtief gebeuren tijdens het maken.’’

'Mijn schilderijen zijn mijn dagboek, zij zijn de spiegel van mijn stemmingen, van mijn verdriet, mijn vreugde'

Pam herkende na enige tijd de bergen en dalen van Kefalonia terug in het doek dat hun lievelingswerk werd. Ergens had hij toch iets van die reis meegenomen. ,,Jerre was gescheiden en hij heeft het daar heel moeilijk mee gehad. Een periode lang schilderde hij bijvoorbeeld bepaalde figuren, totdat hij dat verdriet had verwerkt.’’

,,Mijn schilderijen zijn mijn dagboek, zij zijn de spiegel van mijn stemmingen, van mijn verdriet, mijn vreugde’’, zo staat te lezen in een soort gedicht, voorin het boek Jerre Hakse dat in 1996 uitkwam bij de Friese Pers Boekerij. Henk van der Meulen beschrijft hierin kort zijn jeugd aan het Vliet, waar toen nog water stroomde. Een buurt iets buiten de stadswallen van Leeuwarden ,,vergelijkbaar met wat de Jordaan voor Amsterdam is geweest, bewoond door een apart slag volk, oprecht en spontaan, emotioneel en sentimenteel’’.

Jerre was de jongste van zeven kinderen, zijn vader had een galanteriewinkel. Zijn creatieve talent kreeg een technische basis op de ambachtsschool waar hij bij onder anderen Auke de Vries in de klas zat. Hij ging werken als etaleur/decorateur en hij volgde lessen aan de avond-kunstnijverheidsschool. Na de oorlog trok hij naar Amsterdam en hij probeerde met werk in de haven zijn opleiding aan de Kunstnijverheidsschool te betalen. Dat slaagde echter niet en hij keerde terug naar Friesland.

‘Ik ben een halve Amelander’

Hij nam deel aan groepsexposities, ontwierp decorstukken, speelgoed voor spastische kinderen en versieringen voor het Fries boekenbal. Hij vervaardigde diorama’s voor het Tropenmuseum in Amsterdam en voor een bezoekerscentrum op Vlieland en Ameland (,,Ik ben een halve Amelander, heb daar ook lang een huis gehad’’), maakte plastieken bij een sportcomplex in Menaldum en voor het psychiatrisch ziekenhuis in Franeker.

Met collega Josum Walstra begon hij in de jaren zestig in Harlingen expositieruimte De Blauwe Hand, die na enkele (magere) jaren weer sloot. En ook het café Passe Partout in zijn ouderlijk huis aan het Vliet was geen lang leven beschoren. ,,Er kwamen muzikanten en artiesten, zoals Johnny the Selfkicker. Dat veroorzaakte de nodige ophef’’, zegt hij met zichtbaar genoegen, zoekend naar meer namen. ,,Er zijn ook veel huwelijken uit voortgekomen.’’ Hij hoopte dat deze culturele en politieke ontmoetingsplaats genoeg op zou brengen, zodat hij zich aan de schilderkunst kon wijden, maar dat bleek niet het geval.

‘Paysages intérieurs’

Eind jaren tachtig vertrok hij naar Scheveningen om buiten de provincie naam te maken. Dat slaagde, maar hij miste Friesland en keerde begin jaren negentig terug. In Aldtsjerk had hij de ruimte om zijn eigen koers te varen. ,,Hakse, Frieslands belangrijkste abstract-expressionist, is een rusteloze, gedreven, boeiende verteller in kleur en lijn. De emotionaliteit stroomt van zijn schilderijen op je toe’’, schreef Sikke Doele in 1988 in de Leeuwarder Courant . ,,Eigenlijk zijn het allemaal paysages intérieurs , innerlijke landschappen, gemoedsaandoeningen.’’

In 1999 keerde Hakse - toen 62 - terug in Leeuwarden, waar hij de voormalige panden van bijbeluitgever Jongbloed aan de Grote Kerkstraat grondig verbouwde. Schoonzoon en architect Atsma tekende de ontwerpen. Via architectuurhistoricus Peter Karstkarel kwamen hij en Pam op de naam De Prins van Waldeck. In de achttiende eeuw resideerde namelijk Zijne Vorstelijke Doorluchtigheid Ludwig prins van Waldeck in het deftige gebouw.

De afgelopen dagen zijn er - binnen de coronaregels - veel bekenden langs geweest om Jerre en zijn werk nog een keer in volle glorie te bekijken. Pam: ,,Hierna gaat het in een opslag, waarschijnlijk in Amsterdam. Daar willen de kinderen het ook nog eens de aandacht geven, die het verdient.’’

Leeuwarden - Prins van Waldeck: Grote Kerkstraat 18, donderdag, vrijdag en zaterdag van 11-18 uur

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct