Kunstenaar Gerrit de Wilde gaf, toen hij eenmaal genezen was verklaard, vorm aan zijn gevoelens door nieuwe kunstwerken te maken.

Kunstenaar Gerrit de Wilde verwerkt eigen corona-ervaring in beelden

Kunstenaar Gerrit de Wilde gaf, toen hij eenmaal genezen was verklaard, vorm aan zijn gevoelens door nieuwe kunstwerken te maken. FOTO SIMON BLEEKER

Dit voorjaar lag kunstenaar Gerrit de Wilde (79) enkele weken op bed, getroffen door Covid-19. Nog is hij snel moe en merkt hij dat zijn longen te lijden hebben gehad. Maar hij werkt weer en verbeeldt zijn emoties.

Terwijl hij ziek op bed lag met koorts, hoestbuien en hallucinaties, kwamen twee dingen steeds samen, vertelt kunstenaar Gerrit de Wilde uit Makkum. Het gedicht Afvaart van Gerrit Achterberg (1905-1962) en de schilderijen Die Toteninsel van de Zwitser Arnold Böcklin (1827-1901). Hij citeert: ,, Aan het roer dien avond stond het hart / en scheepte maan en bosschen in zich in / en zeilend over spiegeling / van al wat het geleden had / voer het met wind en schemering / om boeg en tuig voorbij de laatste stad.

De zinnen resoneren even na over de telefoon.

,,Ik ben niet bang geweest’’, zegt De Wilde. Alsof hij iets wil bezweren. ,,Maar ik ben werk gaan maken.’’ Iets dat hij al tientallen jaren doet. Hij exposeerde verschillende keren in het Fries Museum en de Joseph Galerie in Leeuwarden, in ’t Coopmanshûs in Franeker, en ook elders in het land en over de grens. Onlangs maakte hij nog een groot beeld voor Open Stal in Oldeberkoop, met het thema 75 jaar vrijheid. Voor onze dienstweigeraars noemde hij het. ,,Die expositie is verschoven naar volgend jaar.’’ Bovendien schrijft hij, van korte verhalen tot autobiografische verslagen van zijn tijd in Zuidwest-Afrika tijdens de Biaffraanse oorlog en als dienstplichtig militair in Suriname.

Schilderijen van Böcklin

Terwijl zijn dochter Ydwer hem verzorgde met dikke havermoutpap en gekookte eitjes, verschenen bij De Wilde de schilderijen van Böcklin voor zijn geestesoog. Die Toteninsel wordt in het Nederlands vertaald met Het dodeneiland. Maar het kan net zo goed De dodeneilanden betekenen. Böcklin schilderde verschillende doeken die dezelfde titel droegen. Een ervan ging verloren, er zijn nog vier. ,,Heel enge schilderijen. Die man in het wit voor die hoge, donkere rotsen... Griezelig, heel griezelig...’’, herhaalt hij.

Het eiland op het schilderij bestaat uit twee halfronde rotspartijen, waarin huizen zijn uitgehakt. De vensters ogen als zwarte gaten. In het midden torenen donkere cypressen boven een witte gestalte. Deze staat voor zijn eigen doodskist, op een bootje waarin hij naar het eiland wordt geroeid. Het werk is gebaseerd op een Italiaanse legende van een priester, en refereert aan de Griekse mythologische rivier Styx waarover gestorvenen naar het dodenrijk werden vervoerd. Vijf versies maakte Böcklin van dit schilderij, voor verschillende opdrachtgevers. Nummer vier ging in de Tweede Wereldoorlog verloren, nummer drie was enige tijd in bezit van Adolf Hitler en behoort nu tot de collectie van de Alte Nationalgalerie in Berlijn.

De afgelopen periode heeft iets met De Wilde gedaan. ,,Ik reageer zelden op de actualiteit, ik doe ’t met mijn eigen kop’’, zegt hij bruusk. ,,Maar nu raakte ik in de ban.’’ Hij bleef die schilderijen maar voor zich zien, waarbij de regels van Achterberg door zijn hoofd spookten. ,,Het is het enige gedicht dat ik uit mijn hoofd ken. Het heeft ooit zo’n indruk op me gemaakt. Het geeft weer wat je nauwelijks in woorden kunt vangen. Net als die schilderijen.’’

'Ik reageer zelden op de actualiteit, ik doe ’t met mijn eigen kop'

Dus – toen hij eenmaal genezen was verklaard – gaf hij vorm aan zijn gevoelens. Hij klom de trap af van zijn woning naar zijn werkplaats en begon voertuigen te maken. ,,Niet een roeibootje, het moest wel iets van deze tijd zijn.’’ Daarom werden het autootjes. ,,Maar ik heb de wielen aangepast. Hier zijn het tralies, daar zijn ze afgeplat. Ze kunnen niet meer van hun plaats. Dat is de eeuwigheid.’’ In elk van hen zetelt een spookachtig figuurtje. Bij één beeldje heeft hij de kleuren omgedraaid, daar is het wagentje wit en de figuur zwart. ,,Ik probeerde de oogjes te maken, en toen brokkelde het materiaal af. Dat heb ik zo gelaten. Moet je kijken... hoe eng.’’

De reeks bestaat tot nu toe uit veertien werken, nummer vijftien is in de maak. ,,Dat is de laatste, van lood. De meeste zijn van hout, en twee van hardschuim.’’ Hij heeft ze A+B genoemd. ,,A (Achterberg) en B (Böcklin) vormden voor mij de vertaling van wat ik beleefde’’, zo verklaart hij. Als hij het laatste beeld af heeft, gaat hij er een boekje van maken. Al was dat niet zijn doel. Dat doel heeft hij al bereikt. ,,Werk is troost.’’

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct