„Moi eem!” Pianist Klaas van Dijk groet de kijkers van de quiz Met het Mes op Tafel iedere avond op Groningse wijze. Tijd om de man te ontmoeten die niet achter, maar in de piano kruipt. Een gesprek over broederliefde en de stilte na de tweede ligging links van het slotje.

Ja hoor. Zat er weer zo’n bloemenvraag in. Pianist Klaas van Dijk kan het nooit laten: tijdens de opnames van de quiz Met het Mes op Tafel beantwoordt hij de vragen in stilte. En hij wil niet lullig doen, hij weet bést wat, maar bij de wonderen der natuur haakt hij altijd af. ,,Van bloemen weet ik niks. En van vogels weet ik ook maar twee soorten: sijssies en drijfsijssies.’’

Bulderende hoestlach. Klaas van Dijk is ontspannen. De laatste opnames van ‘het Mes’ zitten erop tot na de zomer. Hoeft hij niet meer elke week naar Hilversum om vier afleveringen in een dag op te nemen en tussendoor muziek voor te bereiden. ,,Even rust. Dat voelt wel prettig.’’

Bovendien heeft hij het druk zat in de tandartspraktijk aan de Barestraat in Groningen. „Moi eem, „zeggen zijn patiënten daar tegenwoordig als ze in de stoel plaatsnemen. Dat zegt hun tandarts immers zelf ook elke avond, als hij in de camera kijkt.

IJzerenheinig

,,Ik deed dat een keer. Beetje dollen. Herman (van der Zandt, presentator, red) vindt het leuk als er onverwachte dingen gebeuren. De hele studio kan instorten, maar hij blijft gewoon ijzerenheinig doorgaan. Dus in plaats van ‘halloooo’ zei ik een keer ‘Moi eem’. En dan krijg je er vooral uit het Noorden reactie op. Dus dan blijf je het doen. Het is ook wel goed, want je ziet natuurlijk toch dat het hele tv-gebeuren ontzettend Randstedelijk is.’’

Decennialang was hij de vaste belegeider van Paul van Vliet en orkestleider/repetitor bij musicals, onder andere van Joop van der Ende.

,,Op 1 augustus 1986 kwam ik in dienst bij Paul. Op 26 augustus moest ik nog even mijn tandartsbul ophalen en meteen daarna hadden we een buitenlandse tour. En daarna ging ik de tandheelkunde in, want zijn eigen pianist, Ben van der Linden, zou het weer overnemen. Toen ben ik even in een praktijk gaan werken in Baflo. En dat vond ik echt... ik dacht van wat, wat, waarom doe ik dit? Ik kwam net uit Oman en Londen. En vervolgens zit je in het Groene Kruis gebouw van Baflo tandheelkunde te doen. Nou, dat was een overgang die niet helemaal lekker uitpakte. Toen Ben, de pianist van Paul ermee ophield, vroeg Paul of ik wilde overnemen en zei ik ja.’’

Ademen en whap

Mooie tijden. Drukke tijden.

,,Paul draaide tweeënhalf seizoen met één programma met echt veel voorstellingen, wel 320 per jaar. In het begin ben je al blij als je ieder nummer een beetje heel doorkomt. Maar na 150 voorstellingen heb je het geperfectioneerd. Dan is het na de cue: even ademen en whap, erin.’’

Maar waarom ben je dan toch tandarts geworden?

,,In 1993 werd mijn dochter Lotte geboren en Paul wilde een Engelse tournee beginnen. Maar ik had dat jaar geloof ik tweehonderd keer in een hotel geslapen, en we hadden ’s zomers ook nog die show in het Circustheater. En ieder jaar in mei, als de show afgelopen was, moest je de WW in, moest je weer naar Paddepoel om je briefje in te leveren, hou toch op zeg. En wat al jaren niet was gebeurd: er werd een tandartspraktijk in Groningen aangeboden.’’

Van het podium naar tandartsstoel- het was voorwaar geen sinecure. ,,Ik was bloednerveus. Ik had in die acht jaar heel weinig met tandheelkunde gedaan natuurlijk, ik sliep met de klappers van mijn studie onder mijn hoofdkussen. Het was een rare overgang. Op 29 april 1994 hadden we met de band in Hotel New York overnacht, ontzettend gelachen en gezopen, de volgende dag speelden we de laatste voorstelling in het Luxor, daarna ging ik vanuit Rotterdam naar huis, zo van: nou jongens allemaal tabé, en maandagmorgen om acht uur stond ik in de praktijk.’’

(Tekst gaat verder onder de foto)

loading

Operettedeunen

Tandarts zou hij worden. Geen muzikant. Zo beslisten zijn ouders bijna 62 jaar geleden. Ze waren de trotse eigenaren van hotel-café restaurant Van Dijk in Klazienaveen, waar hij net als zijn twee broers en twee zussen al jong achter de piano werd gezet, maar over een artiestenleven hoefden de kinderen Van Dijk zich geen illusies te maken.

,,Ik was het nakomertje. Mijn oudste zus Mary was zeventien jaar ouder dan ik. Alles in het dorp gebeurde bij ons in het cafézaaltje. De bonte avonden, de uitvoering van de gymnastiekvereniging, noem maar op. En mijn vader speelde piano, van die Weense walsen, veel operettedeunen: Im Prater blühn wieder die Bäume , en Wien, Wien nur du Allein . Hij begeleidde ook koren, dat nam ik vanaf mijn twaalfde van hem over. Het socialistisch dameskoor uit Emmer-Compas bijvoorbeeld, dat vertikte mijn vader, hij zei doe jij dat maar. Op mijn 17de zag ik mijn pianoleraar bij ons in de gelagkamer zitten. Die wilde aan mijn vader vragen of ik niet naar het conservatorium kon. Maar dat was er niet bij. Je werd geen muzikant.’’

Schnabbelbibs

Werd hij toch. Net als zijn oudere broer Martin. Die speelde in Groningen al in allerlei jazzbandjes; een echte schnabbelbibs, zoals dat heet. Martin was zijn held. Die parkeerde zijn bestel-eend met de laaddeur open op de Grote Markt en ging dan de stad in. ,,Hij studeerde sociologie, dat was een studie waar je gegarandeerd geen moeite voor hoefde te doen. Hij ging op zeker moment naar de Randstad, om Jenny Arean te begeleiden. Ik speelde in Groningen in Fandango, het was de tijd van het Groninger Springtij, maar wij waren daar te funky voor. En op zeker moment deed ik veel voor Omrop Fryslân en heb ik een Friestalig theaterprogramma gedaan met Inez Timmer. Vond ik heel leuk om te doen. Muziek om de muziek gaat mij snel vervelen. Bij de Mattheuspassion denk ik al na een half uur: kan iemand me even de essentialia doorgeven?’’

Eindje rijden

Muziek, benadrukt hij, is ‘pas interessant als het emotie teweegbrengt.’


Wat voor pianist ben jij?

,,Een brede pianist. Ik ben niet van dat minimalistische zo van: drie tonen is genoeg. Ik ga voor het hele klavier. Het ligt er. Je zal het gebruiken ook. En mijn houding. Ik zit niet achter, maar ín de piano. Martin had diezelfde houding. Mijn zoon Mees trouwens ook.’’


Martin en jij toerden in binnen-en buitenland; Jullie zijn toch aardig terechtgekomen voor twee jongens die niet de muziek in mochten. Waren jullie ouders trots?

,,Toen ik bij Paul ging spelen waren ze al een paar jaar dood. Dus dat hebben ze niet meegekregen. Van Martin wisten ze het wel, maar ze hebben nooit iets gezegd. Een keer speelde hij in Tin Pan Alley, in Emmen. En dat wist mijn vader, hoewel hij daar nooit naartoe zou gaan. Maar hij zei op een gegeven moment tegen mij: ‘Wie gaon eem ried’n’. Toen reden we naar de snackbar in Emmen waar ze knakworsten verkochten die echt ‘knak’ zeiden, en vervolgens gingen we met de auto bij Tin Pan Alley staan met de ramen open. Toen zei hij: ‘O, klinkt goed hè.’’ Maar niet uitstappen.’’


Heb jij dat toen aan Martin verteld?

Ja, maar pas veel later.

Waarom niet direct?

Het kwam nooit zo ter sprake.

Maakten Martin en jij elkaar wel complimenten?

Stilte.

Zo van: Mooie voorstelling? Goed gedaan?

Stilte.

Of: Fijne voicing jongen?

,,Ik zit te denken. Ja, dat deden we toch wel. Maar we hadden ook een neiging tot gereserveerdheid. Wij namen de dingen zoals ze waren.’’


Je speelt nu bij het Mes op Tafel. Eerst deed Martin het.

,,Ja, hij is overleden. Kanker. Martin was niet iemand die daar makkelijk over sprak zo van: het gaat niet goed met mij en ik ben er over een paar maanden misschien niet meer. Dat zat niet in het beestje. Maar op zeker moment kwam het dan toch op tafel en vroeg hij of ik het Mes over wilde nemen. Toen wisten we nog niet hoe het zich allemaal zou gaan ontwikkelen, dus ik heb dat afgehouden, zo van laten we ons daar nou nog niet mee bezighouden, alsjeblieft zeg. Maar op zeker moment ging het slechter en belde hij me: ga je dat nou doen of niet? Want dan leg ik het daar in de week. Nou, ik vond het toch wel mooi als het in de familie zou blijven. Dus ik zei ja.’’

Konden jullie goed samenwerken?

,,Ja. We lagen op een lijn qua spel, de kleuring van akkoorden. Er hoefde niet zoveel geluld te worden.’’

Hij herinnert zich Martin’s laatste opname van Het Mes. ,,Dat was een heel beladen moment. Zijn vrouw was er, zijn dochter. En tegelijk zat ik daar om voorgesteld te worden aan het team. Hoe tweeslachtig, hoe raar kun je het krijgen. Het is niet de manier waarop je denkt: goh zo zou je dat moeten doen. Maar zo lopen de dingen.’’

Studentenkeuken

Toch is hij blij dat hij heeft toegestemd. ,,Het Mes heeft een fijn klein team, dat al jaren samenwerkt. En we hebben een heel bijzondere atypische kijkersverdeling: studenten en bejaarden en daartussenin scoren we lager. Leuk idee dat ze in studentenkeukens het Mes spelen tijdens het eten. En het houdt voor mij de herinnering aan Martin levend.’’

Corona veegde, zoals overal, het publiek de studio uit. ,,Milou en ik waren juist bezig om het allemaal wat losser te maken. Vergis je niet, er zijn vijf camera’s, alles moet je min of meer van tevoren bepalen. Milou had een stuk of vier plekjes waar ze kon gaan staan om te zingen, hangend aan de piano, of quatre mains spelend. Maar je mag nu geen positiewisselingen hebben, ze mag niet te dicht bij mij staan, dus dat heeft die verrekte corona weer helemaal ongedaan gemaakt.’’

Cadeaus voor Klaas

Kijkers stuurden hem de afgelopen week stapels cadeaus, omdat ze het zo sneu vonden dat barvrouw Milou zo vaak overladen werd met giften en arme Klaas nooit. ,,Ik heb dassen gehad, vlinderstrikken, bretels, een hoed, zelfs manchetknopen met Het Mes op Tafel erop en een soort minivleugeltje, een drankje uit Klazienaveen waarvan ik niet wist dat het bestond. Het is leuk dat er aan je wordt gedacht, maar op zeker moment krijg je toch een beetje een ongemakkelijk gevoel. Dan denk je: waarom?’’

Van zijn tv-bekendheid wordt hij trouwens niet ongemakkelijk. ,,Het is anders dan theater, waar een muzikant vaak niet wordt opgemerkt. Bij Paul gebeurde het wel eens dat ik na afloop van de voorstelling de foyer inliep en dat ze vroegen: en wat deed u? Dan zei ik wel eens: Ik deed het licht. En wees ik op de lichtman en zei: en hij speelde piano. ‘O echt?’ zeiden de mensen dan tegen hem. ‘Vertélt u eens…’

Is er een moment in je leven geweest dat je dacht: dit was goed?

Ja, als ik een goeie vulling in een kies heb gelegd.

Pardon?

Bulderlach. ,,Daar zijn tenminste duidelijke criteria voor.’’

Hij had, zegt hij, best wel graag goed Chopin willen spelen. ,,Maar de vraag is of ik daar niet een ander soort pianist van was geworden. En of ik dat leuk had gevonden. Ach, ik rammel wel aardig door.’’

Maar als het overbrengen van emotie de essentie is van muziek, wanneer was het echt raak?

,,Met Paul, tijdens zijn zondagmiddagvoorstellingen in Den Haag. We sloten altijd af met een nummer van Billy Joël: And so it Goes , dat Paul had hertaald. Met zo’n klein lampje op hem. En dan zingt hij op het eind: een wonder komt soms onverwacht/ je weet het nooit/ misschien vannacht. En dat eindigt tadadi… tadadi, met vier akkoorden: E elf, A groot, en dan de tweede ligging heel zacht toucheren zodat je eigenlijk een zweem van een akkoord hoort. Dat het er nauwelijks is.’’

Hij heft zijn hand alsof hij zojuist in de piano is gekropen.

,,A groot. Tweede ligging, octaaf in de linkerhand, links van het slotje van de piano. Stilte. En dan: bam! Breekt het applaus open. En dan’’, zegt hij ,,Ben je blij.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Cultuur
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct