Theo Thijssen-fan Jack de Boer: „Geluk bestaat bij de gratie van contact hebben met elkaar.”

Jack de Boer is 'een meester Van Dalfsen' geworden en de schrijver is in hem ontwaakt

Theo Thijssen-fan Jack de Boer: „Geluk bestaat bij de gratie van contact hebben met elkaar.” FOTO CATRINUS VAN DER VEEN

Debutant Jack de Boer, schrijver en leraar in het speciaal basisonderwijs, weet als geen ander hoe belangrijk het is om met jonge mensen in gesprek te blijven. „Soms heb je een lange adem nodig.”

In alle kinderruggetjes wil ik naar vleugelstompjes zoeken, ik wil hen kunnen verstaan als ze me toefluisteren, al is het in een late echo. Hopen dat me dit gegeven blijft.

De bench van Sil, een golden retriever, staat wijd open. Ja, zegt Jack de Boer (54), schrijver en schoolmeester, het is een heel project hoor, zo’n beest. Eerst wilde het niet, met die bench, en zat Sil almaar te piepen. Uiteindelijk beet hij de tralies kapot. Bench weg. Maar later toch weer een aangeschaft, rustig beginnen, beetje wennen, en nu is het een rustplek voor de hond. De baasjes hoeven het deurtje niet eens op slot te doen, Sil kruipt er uit vrije wil in. Het kost even wat tijd, maar dan heb je ook wat – een brave hond en een goede vriend in huis, een hartenwens van zijn twee dochters.

Het leven, zo blijkt maar weer, gaat niet rechtuit. Allemaal bewandelen we een kronkelig, hobbelig pad vol kuilen en waterplassen. Meester De Boer vindt het zijn levenstaak om jonge mensen te begeleiden, in ieder geval tijdens een stukje van de reis. Hij helpt ze met ‘de grote oversteek’, namelijk: de sprong van groep 8 naar de brugklas. Als een veerbootkapitein brengt hij ze veilig naar de overkant, van de ene kant van het schooljaar naar de andere kant.

‘Ik probeer koers te houden’, schrijft De Boer in zijn literaire debuut De gelukkigste klas dat in september verscheen, ‘zelfs als de golven huizenhoog zijn. Het lukt als het touwwerk van de discipline op spanning staat’. En dat betekent soms schipperen, maar vooral: de kinderen laten dromen. Bij wie het kan worden de lijnen gevierd. ‘Zo, dat varen vliegen wordt’.

Dubbelbestaan

Jack de Boer leidt een dubbelbestaan, hij is bezig met zijn eigen ontwikkeling als schrijver en met de ontwikkeling van zijn leerlingen van groep 8 op SBO De Bolder in Franeker. Aan de ene kant leidt hij een uiterst solistisch leven, eenzaam achter het bureau, anderzijds verkeert hij in een wereld die uit louter contact bestaat. De twee komen bij elkaar in zijn debuut, een bundel met essays over zijn ervaringen op school en een zoektocht naar de beste manier om kinderen naar ‘de andere kant van het schooljaar te brengen’. De Boer omringt zich in het boek met voorbeelden, hij citeert Theo Thijssen, Cees Nooteboom, Paul Biegel en Freud. De kleine, intieme gebeurtenissen in de klas krijgen daardoor meer cachet, meer zwaarte.

De Boer knikt driftig van ja. Want já, zo’n boek is het inderdaad! Hij begon eraan te werken toen hij op de Schrijversvakschool in Amsterdam zat en daar les kreeg van zijn inspirator Willem Jan Otten. Die introduceerde zijn getalenteerde leerling bij de gerenommeerde uitgeverij Van Oorschot en nu is De Boer niet meer helemaal alleen maar weet hij zich omringd door collega-schrijvers. „Ik ben lid van een bijzondere club, zo voelt het wel een beetje. Het is ontzettend fijn mensen te leren kennen die dezelfde passie, zeg maar noodzaak voelen.”

Kansongelijkheid

Schrijven begint bij De Boer altijd met ‘een vermoeden’. Een vermoeden dat er iets diepers is, dat er iets áchter de dingen ligt. „Schrijven is iets ophelderen dat in jezelf begraven ligt.” Hij schakelt voortdurend tussen abstract en intiem. „Maar alles moet wel in de realiteit geaard zijn.”

In De gelukkigste klas bestaat die realiteit uit de microkosmos van basisschool De Sprong in Franeker, een weliswaar fictieve, maar op zijn jarenlange ervaring gebaseerde school voor kinderen „die grote hindernissen hebben te overwinnen”. Zijn leerlingen hebben het niet allemaal even makkelijk, niet met zichzelf maar ook niet altijd thuis. Aan meester De Boer de taak om ze, samen met zijn collega’s, onder deze lastige omstandigheden toch klaar te stomen voor de middelbare school, veelal het vmbo of het praktijkonderwijs.

loading

Klassen

De Boer heeft de veelbesproken documentaire Klassen over gelijke kansen in het onderwijs dit najaar ook bekeken en beaamt dat het weleens schrijnend is te zien hoe groot de achterstand is waarmee sommige kinderen starten. „We zien nog steeds niet dat Fatima piloot kan worden en Sjonnie architect. Daarvan ben ik me bewust en ik probeer het tegen te gaan, maar kansongelijkheid hangt ook met méér dingen samen dan alleen met het opleidingsniveau van de ouders. Sommige kinderen zijn door omstandigheden gewoon slow starters .”

De Boer vindt het in dat licht van groot belang dat er een goed contact is tussen basisschool en voortgezet onderwijs. ‘De warme overdracht’, wordt dat genoemd. „Er zijn kinderen die enorme potentie hebben, maar bij wie het er nog niet uitkomt. Het is ontzettend belangrijk dat de nieuwe school dat weet, zodat ze daar de ruimte krijgen om nog door te groeien.” Sommige scholen zijn bang om dat risico te nemen. Zij spelen liever op safe. Getalenteerde, maar nog niet opgebloeide scholieren zijn daarvan de dupe.

Samen

Wat is een goede leraar? De Boer lacht. Zonder zijn team, of hulp van de ouders, is hij hoe dan ook nergens, laat dat gezegd zijn. „Je doet dit echt samen. It takes a village to raise a child .” Een goede leraar, vermoedt De Boer, beschouwt gedrag van kinderen als een vraag . En de onderwijzer beantwoordt die vraag. Toch lukt dat niet altijd en zeker niet de hele dag. „Ik kan niet op álle gedragingen adequaat reageren. Wat ik wel kan doen, is er goed over nadenken en de kinderen serieus nemen.” Het blijft, ook nog na al die jaren, een spannend en onzeker proces. „Na dertig jaar denk ik nog steeds, op maandagochtend, vlak voordat de week begint: nú komt het erop aan! Dat komt omdat ik weet dat er iets op het spel staat.”

Het is ‘van het allergrootste belang’ om contact met zijn leerlingen te houden, door ze te vragen naar hun leven, naar welke muziek ze luisteren, welke games ze spelen. Een goede onderwijzer moet de wereld van zijn kinderen kennen. Het huisbezoek, aan het begin van het schooljaar, helpt daar ook bij. De kinderen laten meester hun kamer zien, hun hond, dat schept vertrouwen. Maar hoe goed De Boer zijn leerlingen ook kent, er zijn altijd invloeden die sterker zijn dan hij. Klasgenoten, de social media, buurvriendjes. Hij noemt het ‘influisteraars’ en weet dat de concurrentie enorm is.

„Maar één ding staat vast. Pas als kinderen ervaringen met elkaar delen worden ze echt gelukkig. Geluk bestaat dus bij de gratie van contact hebben met elkaar.” De Boer noemt een voorbeeld. Het weekeinde voordat de lockdown in maart werd afgekondigd, werd het jaarlijkse klassenfeest georganiseerd met als hoogtepunt: verstoppertje door de hele school. „De lól toen de kinderen elkaar na afloop vertelden waar ze zich hadden verstopt: ik lag in de kast, ik stond achter de deur. Dat was het leukste deel!”

Voorspelbaar

Aan het begin van ieder schooljaar doet De Boer ‘de marshmallow challenge’. Kinderen krijgen dan een marshmallow, wat tape, touw en een paar stokjes spaghetti. In groepjes van vier moeten ze daarmee een zo hoog mogelijke toren proberen te bouwen. „Degenen die het best presteren, zijn de groepjes die met elkaar praten, die een plan maken en de taken verdelen. Door goed contact met elkaar te hebben en te onderhouden, presteer je beter.”

„Ik moet als meester vooral voorspelbaar zijn. Ik moet ervoor zorgen dat de kinderen weten wie ik ben, zodat ze ook zélf durven na te denken, dat ze leren loskomen van mij.” De Boer werpt een blik op hond Sil die met een slof komt aanzetten en de theepot bijna omver kwispelt. „Soms heb je daarvoor een lange adem nodig.”

Het is voor de kinderen van zijn school best spannend om meester uiteindelijk los te laten, om het diepe in te springen, de wereld in te trekken, de oversteek te maken. De Boer schrijft: ‘Punt is dat we van hen vragen koers te zetten naar het in wezen onbekende, naar kusten die niemand kent.’ En: ‘Om kinderen zo ver te krijgen wordt toverkunst gevraagd. Wonderpedagogiek. Ik heb verhalen nodig die kinderen in vervoering brengen, een taal die tast en vermoedt, beelden die aantrekkelijk en geheimzinnig zijn. Ik moet het schoolmeesteren laten. Niet didactici maar dichters openen de ogen!’

‘Een meester Van Dalfsen’

Zelf denkt De Boer met liefde terug aan zijn oude schoolmeester, meester Van Dalfsen. „Toen ik me inschreef voor een studie Nederlands deed ik dat om lekker veel te kunnen lezen. Later besloot ik de pabo te gaan doen. Ik wilde net als mijn meester Van Dalfsen worden, ik zag mezelf zitten zoals hij: op een punt van het bureau, in de voorjaarszon, met een boek waaruit hij voorlas, een ademloos luisterende groep kinderen om zich heen.”

De Boer waagde de oversteek en kwam op de plek van bestemming aan. Hij is ‘een meester Van Dalfsen’ geworden. Maar ook de schrijver in hem is ontwaakt. Die gaat niet meer slapen. De Boer denkt al na over een tweede boek dat opnieuw over kinderen, over pubers, over jong zijn en over onderwijs moet gaan. Over contact ook. Tevreden: „Het vermoeden is er al.”

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct