Na zijn werkzame leven als boer ging Siebe in zijn vrije tijd schilderen. Op dit schilderij is het hooiladen te zien.

Hoe het boerenleven in Nederland veranderde

Na zijn werkzame leven als boer ging Siebe in zijn vrije tijd schilderen. Op dit schilderij is het hooiladen te zien.

De geur van hooi is het nieuwste boek van Tialda Hoogeveen. Aan de hand van het volle leven van Siebe Peenstra (1923-2019) schetst zij de geschiedenis van de Nederlandse landbouw.

Tialda Hoogeveen groeide op in Haskerdijken. Om haar geboortehuis liepen duiven, ganzen, geiten, kippen, katten en een hond. In de weilanden rond het buurtschap klonk in het voorjaar de roep van de grutto en de kievit en tegen de winter het gegak van overtrekkende ganzen. Vaak speelde ze bij een vriendinnetje op de boerderij, waar ze hielp melken en gras rijden. ‘s Zomers hing de geur van hooi over het land.

Na enige omzwervingen, woont Hoogeveen tegenwoordig weer in Friesland. In Gorredijk. Twee jaar geleden kreeg ze van uitgeverij Thomas Rap het verzoek een boek te schrijven over de recente geschiedenis van de Nederlandse landbouw. In eerste instantie dacht ze aan een serie portretten met verschillende sleutelfiguren, zoals ze voor dezelfde uitgever in Alstublieft, mevrouw! zeven vrouwen had geportretteerd.

,,Mar doe kaam ik Siebe Peenstra tsjin... dy man wie sels in boek.’’ Via trekvogeldeskundige Theunis Piersma, Sovon-man Romke Kleefstra en biologisch boer - en neef - Jan Peenstra kwam ze met de hoofdpersoon in contact. ,,Hy hie wol nocht oan it projekt.’’

loading

Vijf keer sprak ze uitgebreid met Peenstra, die bovendien zelf een boek had samengesteld uit alle dagboeken die hij sinds zijn trouwdag had bijgehouden in zwarte Ryam-agenda’s. Voor de details sloeg zij die er op na, en voor de grote lijnen van haar onderzoek dook ze in boeken en praatte ze met deskundigen van wie ze soms mini-colleges kreeg. ,,Marshall, Mansholt en meganisaasje, dat wienen de trije belangrykste pylders dêr’t de lânbou nei de oarloch op boud is. Peenstra wie in moai foarbyld fan hoe’t it buorkjen yn Nederlân feroare sûnt 1945.’’

Wankel liep hij over de zware houten loopplank tussen het pierenbad en het diepe, bang zijn evenwicht te verliezen. Hij liep zo geconcentreerd dat hij niet doorhad dat de badmeester achter hem aan was gesneld. De man duwde Siebe zonder aarzelen in het diepe waar hij direct kopje-onder ging. (...) Aan het einde van de zomer kon hij zwemmen als een waterrat.

Het stond al vroeg vast dat Siebe Peenstra (4 oktober 1923) boer zou worden. Hij werkte eerst bij zijn vader op de boerderij aan de Boarn. Als jongen trok hij met een vaste groep vrienden het veld in om kievitseieren te zoeken en ging hij zeilen. Met De Ploeg, zoals ze zichzelf noemden, houdt hij deze traditie zijn leven lang vast.

loading  

Met vlotte pen beschrijft Hoogeveen de situatie van de landbouw voor de oorlog, de opkomende mechanisatie en de gevolgen van de oorlog. Ze lardeert haar verhaal met herinneringen van Peenstra aan zijn jeugd, zoals het rijden van de Elfstedentocht in 1942 en het onderduiken voor de Grüne Polizei.

In 1947 start Peenstra met zijn kersverse vrouw Pietje van Dam zijn eigen bedrijf in het boerderijtje waar hij en zijn broer zijn geboren. Hij melkt met de hand, bewerkt het land met paarden en er woont een knecht bij hen in. Vanaf zijn huwelijk op 8 mei 1947 doet hij nauwgezet verslag van het leven op de boerderij. Hij schrijft over zijn vee, zijn bestuurswerk, het weer, zijn gezinsleven en de technologische vooruitgang waarmee hij te maken krijgt.

Siebe en Pietje molken al tijden samen, ook op 16 oktober toen de melk voor het eerst de honderden liters grote melktank in liep. (...) Twee dagen later reed de grote melktankauto van de RMO voor het eerst hun erf op om hun tank te legen. De melkbussen met daarop het plaatje met nummer 17 waren voortaan overbodig. De een na de andere boer zette deze stap. Het vertrouwde beeld van de melkbussen aan de weg verdween uit het straatbeeld, evenals de melkrijder en -vaarder.

Hoogeveen maakt dankbaar gebruik van deze persoonlijke bespiegelingen, die kleur geven aan de grote lijnen van de landbouwgeschiedenis zoals zij die schetst. ,,It wie in moai minske’’, zegt ze.

loading

Behalve dat hij altijd interesse heeft voor nieuwe ontwikkelingen in zijn vak, is hij ook op andere terreinen nieuwsgierig. Hij en Pietje mogen graag dansen en op pad gaan, en laten dan het werk over aan Boerehelp, knecht of familielid. De wereld is groter dan de boerderij, vinden ze. Zo zijn ze een van de eersten met een tent, waarmee ze met hun dochters gaan kamperen.

Eind juli (1961) namen ze de tent echt in gebruik. Nadat Siebe en Pietje ’s ochtends hadden gemolken, stapten ze met zijn vijven in een afgeladen auto en reden naar Hulshorst in Gelderland, waar ze een week gingen kamperen. Het aantal vakantiegangers in Nederland nam vanaf begin jaren zestig snel toe, maar dat een boer een week lang het erf verliet voor vakantie was uniek.

Het jaarlijkse dagje aaisykjen met De Ploeg hoort er ook bij. Dat ze steeds minder eieren vinden en vogels horen, valt de mannen op. Het zijn de gevolgen van de introductie van kunstmest, ruilverkaveling, schaalvergroting en afwatering. Peenstra omarmt vernieuwingen, maar ziet ook de schaduwkant daarvan.

loading  

Hoogeveen schrijft zonder oordeel. ,,Minsken moatte harren eigen miening foarmje.’’ Tussen neus en lippen door vertelt ze hoe Peenstra een hok bouwt en daarvoor asbest platen verzaagt. Of hoe hij DDT spuit tegen hinderlijke insecten in zijn stal. Als het middel wordt verboden, maakt hij toch de restjes op. ,,Oars wie it mar sonde.’’

Eind jaren zestig heeft Peenstra het heel druk met allerlei bestuurswerk. Het bedrijf - hij is in 1957 verhuisd naar Wommels - vraagt op dat moment veel van hem en ‘s avonds rijdt hij zijn dochter Fokje rond die succes heeft met haar band The Sunbeams. In 1970 wordt hij geveld door een maagzweer en moet geopereerd.

En er is drama.

De volgende dag stonden de kranten vol met het nieuws over de brand en de overleden boerin. Siebe wilde het met eigen ogen zien. Hij pakte de auto en reed samen met zijn oudste dochter Fokje naar de boerderij. Hij schrok toen hij het oude bekende weggetje op reed. Van het huis was niets meer over dan smeulende, stinkende resten. De witte ganzen op het erf gakten onophoudelijk.

De boerderij van oom Doeke en tante Fetje, naast die waar hij als boer begon, brandt in oktober 1963 af. Na een paar dagen blijkt dat tante niet is gestikt, maar gewurgd. Al snel wordt duidelijk wie de dader is. De knecht, die ook jarenlang bij Peenstra werkte, zat in financiële nood. Hij heeft geld gestolen en tante betrapt hem. In paniek heeft hij haar gedood, en de boerderij in brand gestoken om zijn sporen uit te wissen. Peenstra is er stuk van.

In 1977 hikt Peenstra aan tegen de aanleg van een ligboxstal. Hij is op een leeftijd dat hij de investering niet meer kan terugverdienen. Hij verkoopt zijn koeien en een groot deel van zijn land en houdt alleen nog schapen over. In 1985 houdt hij helemaal op met de boerderij. Hij en Pietje verhuizen naar Sneek, waar hij blijft wonen tot zijn overlijden in 2019.

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 4,99 per maand. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct