Oerol.

Hoe de 'noodeditie' van Oerol toch ook wat oplevert (en welke lessen er nog te leren zijn)

Oerol. Foto: Neeke Smit

Het imaginaire eiland, de digitale ‘noodeditie’ van Oerol, is met 90.000 bezoekers een succes. En er vallen nuttige lessen uit te leren

,,Normaal zou je zeggen: het is perfect festivalweer”, zegt Oerol-festivaldirecteur Siart Smit. ,,Maar niet voor ons. Toen het gisteren regende, dacht ik: dit is perfect weer.” Om binnen te zitten en Het imaginaire eiland te ondergaan bedoelt hij, via iPad, laptop of wat voor scherm dan ook.

Het is de laatste dag van Het imaginaire eiland , de online-editie van Oerol - om de bekende reden. Ik zit aan tafel met Smit, artistiek leider Kees Lesuis en hoofd programma Sabine Pater. Ik zie louter tevreden hoofden, en niet alleen om het prettig schijnende zonnetje in de tuin van het Oerol-kantoor in Midsland.

,,Het zijn intense, lange dagen”, zegt Lesuis. En echt anders dan bij een normale Oerol. Smit: ,,Normaal is er per locatie een productieleider die ter plekke de boel regelt. Nu zijn er heel veel startmomenten door de dag heen. Nu gaat alles via hier, de boardroom waar we zorgen dat alles start en klopt. Een heel andere druk.”

De rollen binnen het team liggen in deze onverwachte context ook al niet meer vast. ,,Als je tijd over houdt, pak je even iets anders aan. Iets sjouwen, iemand bellen”, zegt Smit. Pater: ,,Het loopt allemaal door elkaar. Je wordt er wel efficiënt van. Als ik op de fiets zit, probeer ik in te checken op de site en zo toch iets mee te krijgen.”

Lees ook [PREMIUM] Achter de schermen bij de online-editie van Oerol

Dat het bereik heel behoorlijk is, dat er aan de wal flink gekeken en geklikt werd en op het eiland zelf ook, dat is één ding. Lesuis, ,,Nu zijn we uit onze comfort zone, we moesten nog meer bedenken: hoe zal dit werken? Gaat het publiek aan de wal meekrijgen wat we hebben bedacht? We hebben lijntjes uitgegooid. Zoals het project van Marc van Vliet: gedurende het festival bouwen dat aan het eind opgeleverd wordt. Dat krijgt vandaag zijn ontknoping, maar ik denk dat dat goed komt.”

Het zit hem ook in de dagelijkse talkshow van Jennifer Muntslag en Dionne Verweij, waarin zanger Jeangu Macrooy zich met een citaat van zijn heldin Nina Simone engageerde met de Black Lives Matter-thematiek die Oerol ook omarmd heeft: ‘ It is an artist’s duty to reflect the times’ . Lesuis: ,,Dat zegt hij op de dag dat wij het hier hebben over ‘de kracht van de kunst’ (een van de vijf dagelijkse thema’s, deze Oerol - red.). Je ziet dat ze werken, de inhoudelijke lijnen die we door deze vijf dagen heen probeerden te vlechten..”

loading  

Juist bij deze editie werd er nog volop bijgestuurd, ,,vooral doordat je elkaar bewust maakt van de verbindingen die er ontstaan”, zegt Pater. ,,Zeker bij de programma-onderdelen waar we zelf regisseur van zijn.” Zoals de dagelijkse talkshows, De staat van de dag , de Ochtendpost waarmee geïnteresseerden elke dag de weg werd gewezen op Het imaginaire eiland.

En laten we vooral niet vergeten, zegt Lesuis: ,,Er is hier nieuwe kunst gemaakt.” Hij noemt Laura van Dolron, die hier elke dag een voorstelling maakte via Zoom, op grond van input van haar publiek. ,,Dat vindt ze geweldig, daar wil ze mee doorgaan. Dit levert ook de makers nieuwe dingen op. Ik ben blij dat we in beweging gebleven zijn. En de makers hebben die beweging gepakt voor experiment, onderzoek, nieuwe stappen.” Smit: ,,Oerol gaat over uitproberen. Niet alleen over het eindproduct, maar ook over de start.”

Zo levert deze ‘noodeditie’ ook wat op. Lesuis: ,,Het feit dat we opeens stil moesten staan, iets nieuws moesten maken, dat is toch ook iets positiefs. Anders zit je in de molen en ga je maar door. Nu moest het opnieuw. Een harde reset . Veel van wat we eigenlijk wilden gaan doen in de toekomst hebben we nu gedaan. Nu waren we weer even terug bij de vraag: wat zijn nou de kernwaarden? Dat doen de makers ook, dus dat versterkt elkaar.”

Dus zal deze ervaring beslist sporen na laten in komende edities. Smit: ,,We hebben een ander medium leren kennen.en zijn er vertrouwd mee geraakt: Nu is de vraag: hoe kun je dat medium zo goed mogelijk inzetten om het festival toegankelijker te maken, verbreden, verdiepen, verrijken.”

Eerst zeiden ze nog zo dapper: we gaan het niet doen, een festival op internet. Lesuis: ,,En toen hebben het toch gedaan. Als locatiefestival internet toch omarmd, als locatie, als publieke ruimte. We zijn ons daartoe aan het verhouden, op een manier die ons wel ligt.”

Maar. Lesuis: ,,Hoe blij ik ook ben, het is wel van belang dat we weer op een gegeven moment met zijn allen voorstellingen kunnen zien en beleven. Want dat element hebben we wel gemist.”

loading  

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 4,99 per maand. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct