In een bos boven Oslo zijn duizend bomen geplant die in 2114 verwerkt worden tot papier voor de boeken uit het Future Library Project.

Geheime bibliotheek voor een verre toekomst

In een bos boven Oslo zijn duizend bomen geplant die in 2114 verwerkt worden tot papier voor de boeken uit het Future Library Project. FOTO KRISTIN VON HIRSCH

Zes auteurs kregen tot nog toe het eervolle verzoek om een bijdrage te leveren aan het Noorse Future Library Project. Tot 2114 wordt er elk jaar een schrijver om werk gevraagd dat pas in een verre toekomst wordt gepubliceerd.

Wie wil weten wat Margaret Atwood, de Canadese schrijfster van onder meer The handmaid’s tale , in 2114 aan haar lezers wil vertellen, heeft pech gehad. Tegen die tijd zijn we allemaal dood. Misschien dat onze klein- of achterkleinkinderen de mazzel hebben om het boek dat Atwood schreef ( Scribbler moon ) voor het supergeheime Future Library Project te pakken te krijgen. Die kans is echter niet zo groot. Wanneer het boek over honderd jaar verschijnt, gebeurt dat in een heel beperkte oplage…

De Schotse multimedia-kunstenares Katie Paterson (1981), die eerder soundscapes van smeltende gletsjers maakte en een kaart ontwierp van 27.000 dode sterren, bedacht het Future Library Project, een kunstwerk dat sowieso honderd jaar ‘duurt’. Sinds 2014 levert ieder jaar een andere schrijver of dichter op haar verzoek een werk. Het manuscript wordt bewaard in een speciaal ontworpen kamer in de openbare bibliotheek van Oslo. Niemand mag het inzien. De auteurs moeten beloven dat ze er niets over zullen prijsgeven.

Paterson regelde ook dat er 20 kilometer ten noorden van Oslo, in het natuurgebied Nordmarka, duizend bomen werd geplant. Die worden in 2114 - als het project ten einde komt - gekapt en gebruikt om papier van te maken. Daarop worden vervolgens de nu nog geheime manuscripten in beperkte oplage gedrukt. En dan, tja, eindelijk , kunnen mensen lezen wat Atwood hen honderd jaar geleden al wilde vertellen.

David Mitchell en Karl Ove Knausgård

Wie een manuscript aan de Toekomst Bibliotheek wil toevoegen, moet ‘uitstekende bijdragen aan de literatuur of poëzie’ hebben geleverd, zo luidt een van de selectiecriteria. Katie Paterson maakt voorlopig, zolang ze leeft, zelf de keuzes wie er mee mag doen. Mocht ze komen te overlijden, dan neemt een commissie het stokje van haar over. Margaret Atwood was de eerste schrijfster die ze in 2014 om een bijdrage vroeg. In 2015 volgde David Mitchell, vervolgens de IJslandse schrijver Sjón, de Turkse schrijfster Elif Shafak, de Koreaanse auteur Han Kang en vorig jaar de Noorse bestseller-auteur Karl Ove Knausgård. Wie dit jaar een werk aan de Toekomst Bibliotheek mag leveren, is nog niet bekend.

Paterson stelt weinig voorwaarden aan de bijdragen, behalve dat ze om het thema ‘fantasie en tijd’ moeten draaien. De uitverkoren schrijver brengt het manuscript zelf naar Noorwegen waar het na een ingetogen ceremonie aan de bibliotheek wordt toegevoegd. Op de website van het project schrijft Paterson over haar drijfveren. ,,We nemen alleen nog beslissingen voor de eigen generatie. Daarom dit project op een termijn van honderd jaar: niet lang in kosmische termen, maar confronterend lang op onze menselijke tijdschaal.’’

Auteurs zwijgen tot nog toe als het graf over hun teksten. Stuk voor stuk ervaren ze het als heel bevrijdend dat hun werk niet meteen publiekelijk beoordeeld wordt, maar dat het honderd jaar in Noorwegen rustig op lezers ligt te wachten.

Margaret Atwoord liet in interviews weten dat ze het een fijn idee vindt dat ze haar toekomstige lezer nooit zal kennen of zal horen wat men van haar boek vindt. ,,Je hoeft er niet bij te staan als je uitgever zichzelf op de borst klopt bij goede recensies, terwijl het wel je eigen fout is als het slechte recensies krijgt. Daarbij: als je een boek schrijft, weet je nooit wie het zal lezen. Boeken zijn van zichzelf al een soort flessenpost.”

Boeken en beschaving

Het project krijgt soms kritiek, omdat het elitair zou zijn. Sommige criticasters, onder wie schrijver en recensent Coen Peppelenbos, betwijfelen of de bijdragen uit deze tijd over honderd jaar nog begrijpelijk en toegankelijk zullen zijn - taal verandert snel, immers. Maar over het algemeen is men vol lof. Een daad van hoop in een doorgedraaide wereld, oordeelde iemand. En: ‘Een gift van de literaire poortwachters van het heden aan de lezers van de toekomst.’

De Britse ster-auteur David Mitchell leverde zijn tekst ( From me flows what you call time ) in 2015 in: een stapel A4-tjes en een usb-stick. Hij voelt zich vereerd, trots en nederig tegelijk, dat hij mee mag doen, vertelde hij bij de overhandiging. ,,Best een verleidelijk idee om in te schepen aan boord van een Ark met passagiers van dit kaliber.’’ Dat men vertrouwen heeft in papier, in lezen en in lezers stemt Mitchell tevreden. ,,Dat er nog minstens honderd jaar boeken zullen zijn, betekent immers ook dat er tegen die tijd nog enige vorm van beschaving is.’’ Inderdaad David, een geruststellende gedachte.

www.futurelibrary.no

menu