Jelle Hogenhuis was fluitenbouwer. Van vooral ‘lage’ fluiten, grote bouwsels waaraan soms meters pvc-buis te pas kwamen. Hij was echt iemand in die kringen, ook al omdat zijn professie vrij zeldzaam is.

Zoon Maarten, zelf succesvol jazzsaxofonist : ,,Wij kenden hem vooral als vader, als een lieve, eigenzinnige, beetje teruggetrokken man. Pas na zijn overlijden merkten we wat voor rockster hij wel niet was in die fluitenwereld .”

Opera

Jelle Hogenhuis speelde zelf jarenlang fluit en was ook componist, van onder andere de opera Anna - al had hij dat werk, ook een vorm van ambacht in zijn ogen, er eigenlijk al aangegeven. ,,Te modern foar it publyk, te âlderwetsk foar de subsydzjejouwers”, klaagde hij eens in de Leeuwarder Courant. ,,Hij zag dat misschien een beetje zwart-wit, hoor”, zegt andere zoon Bart-Jan, drummer.

Feit is dat zijn muziek vlak voor zijn dood nog werd uitgevoerd, in Parijs. Die opnames kwamen een paar dagen na zijn dood binnen, ,,heel cru”, zegt Maarten. ,,Maar hij wist dat het werd gespeeld, dat het niet voor niets was geweest.”

Jelle Hogenhuis werd in 1954 geboren in Den Haag en groeide op in de Transvaalstraat in Leeuwarden. Zijn vader was hoofd van de Mulo, en wiskundeleraar, zijn moeder zat ook in het onderwijs. Jelle had acht broers en zussen, hij was de middelste.

Vergissing

Hij kwam uit een gereformeerd gezin, zijn vader was kerkorganist. Op de jongelingenvereniging ontmoette hij Ineke Ramaker - zij was 17, hij 18. In 1977 zijn ze getrouwd, ,,en nooit meer uit elkaar gegaan”. Ze kregen drie kinderen, van wie alleen dochter Geeske ook fluit speelde.

Na de middelbare school ging Jelle naar de HTS, afdeling bouwkunde. Een vergissing, foeterde hij later in de krant: voor zijn latere professie als fluitenbouwer had hij meer gehad aan werktuigbouwkunde. Maar vergeefs was die studie niet: het huis in Marsum waar zijn gezin ging wonen, heeft hij eigenhandig opgeknapt, en hij trok graag naar zijn huis in Frankrijk, waar hij hetzelfde fikste.

Op de dwarsfluit had hij les van Luitzen Nijdam, fluitist in het Frysk Orkest en vader van LC-recensent Oene W. Nijdam. Die bracht hem op het spoor van de fluitensembles. Toen hij ging werken aan muziekschool De Wâldsang in Buitenpost, zette hij zijn eigen fluitorkest op: 38 koppen sterk.

COPD

Daarin miste hij het ‘laag’, en omdat hij ook al niet tevreden was met zijn eigen toon, lag het voor de hand dat hij zulke fluiten zelf ging bouwen. Dat werd zijn grote passie. ,,Hij was een heel overzichtelijke man”, zegt zoon Maarten. ,,Hij had geen hobby’s, weinig interesses. Fluiten bouwen, opa zijn voor zijn kleinzoon en pasgeboren kleindochter, geregeld naar zijn huisje in Frankrijk en de honden. Dat was het wel.”

Toch had Hogenhuis er wel verdriet van dat hij maar moeilijk contact kon maken - volgens hemzelf dan, anderen hadden die ervaring helemaal niet. En hij had het er soms ook zwaar mee dat hij altijd alleen in zijn hok zat te zwoegen. Maarten: ,,Maar hij was op het eind wel tevreden met hoe het allemaal gelopen is en wat hij in handen had.”

Dat einde kwam veel te snel. De longziekte COPD teisterde hem al langer. Zelf zei hij altijd dat hij niet ouder dan 73 zou worden, maar omdat hij zich goed voelde had hij die prognose bijgesteld, tot 76. Het werd 66. Van een wandeling met de honden kwam hij niet levend terug, vermoedelijk door een hartinfarct.

JACOB HAAGSMA

Je kunt deze onderwerpen volgen
Cultuur
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct