Repetitie voor Under de Toer in de Sint Jans Kerk in Hoorn op Terschelling. In deze voorstellingen in het kader van LF2018 komt alles terug wat de Friese taal en cultuur typeert.

Eigen stem, eigen kern: hoe de Friese taal en cultuur ons laat bloeien en tegelijk beknot

Repetitie voor Under de Toer in de Sint Jans Kerk in Hoorn op Terschelling. In deze voorstellingen in het kader van LF2018 komt alles terug wat de Friese taal en cultuur typeert. FOTO NEEKE SMIT

Als er iets typysk Frysk is aan de Friese cultuur, is het wel de taal. Maar is er meer? Zijn het de terpen? Hoe zit het met ambitie? En wat doet Zwarte Piet daar, achter die terp?

,,Wil jij een kopje thee?”

Ik was, hoe oud was ik? Klein in ieder geval. Mijn moeder vroeg me om een man uit te nodigen die bij ons loonbedrijf een zakelijke boodschap had, een heer met een hoed op, dat weet ik nog. En niet Friestalig. ,,Wilt U een kopje thee”, moest ik zeggen van mijn moeder. Maar ik was eigenwijs, in het Fries is ‘jo’ immers de beleefde aanspreekvorm en dat leek meer op ‘jij’ dan ‘u’. Dus.

Het zijn misschien wel mijn eerste woorden in het Nederlands geweest. Verder was Fries de voertaal - in het gezin, in het dorp. En op de kleuterschool. In de eerste klas van de lagere school, nu zou je ‘groep 3’ zeggen, trouwens ook. Onze lagere school, in Sondel, maakte deel uit van een experiment: veel ruimte voor het Fries.

Pas aan het eind van dat eerste schooljaar kwam er wat Nederlands bij. En daarna was steeds één heel dagdeel bestemd voor het Fries. Met dat Nederlands kwam het sowieso wel goed, ook via radio en televisie en de krant. Vrijwel de hele school was Friestalig van huis uit - ik herinner me één meisje, Anna, die buiten de lessen Fries nooit een woord in die taal sprak. Moest kunnen.

Verder waren Nederlands en Engels de talen van buiten, de talen waarin de wereld tot ons kwam. Fries was de taal van ons, van ons eigen kleine wereldje. Al konden we er wel om gniffelen dat het Fries zo veel gemeen heeft met het Engels, qua woordenschat en grammatica ( ik ha west , al hoor je dat niet vaak meer correct gebruikt).

Ik bofte wel met het Fries. Op het Bogerman College kon je in de brugklas ook Fries krijgen - het hoefde niet, er waren twee soorten brugklassen. Een paar jaar en twee keer zittenblijven later koos ik, enigszins uit balorigheid, voor het Fries als examenvak.

Dat was opnieuw een experiment, destijds (rond 1980) waren er welgeteld twee scholen in heel Friesland waar dat kon. Ik haalde er zelfs de eindexamenrubriek van de Volkskrant mee. Heel veel belangstelling was er niet, trouwens: we hadden les samen met de leerlingen van de havo (ik deed vwo). Douwe Willemsma, FNP-gemeenteraadslid en broer van beeldhouwer Ids, stampte het Fries er bij ons in.

Weinig belangstelling

Dat er weinig belangstelling was voor Fries als eindexamenvak is eigenlijk wel raar. Het is immers voor velen van ons in Friesland de moedertaal, en Nederlands is wel verplicht. Die balorigheid waarmee ik mijn keus maakte verdween trouwens al snel, al kon ik toen nog niet vermoeden dat ik er nu, als LC-journalist die Friezen in het Fries citeert en ook verder nog wel eens een stuk in de memmetaal tikt, nog zo veel profijt van zou hebben.

Nog op de middelbare school kreeg ik veel lol in de Friese literatuur. Ik las veel meer dan strikt noodzakelijk voor de boekenlijst. Dat er nu niet direct een Nobelprijswinnaar bij zat, dat was me ook wel duidelijk. Maar er viel genoeg te ontdekken: ouder werk van Rein Brolsma of Nyckle Haisma, modernere (in meerdere opzichten) boeken van Anne Wadman en Trinus Riemersma, de grootste wat mij betreft. En: het was allemaal in het Fries, in mijn eigen taal. En het speelde zich vaak af in mijn eigen provincie. Dus dat voelt dan dichtbij.

Och, had iedereen in zijn jonge jaren maar zo’n gedegen educatie in het Fries gehad. Een die verder gaat dan een uurtje per week Friese liedjes zingen. Dan waren er vast meer jonge literatoren, muzikanten en theatermakers geweest die voor de memmetaal gaan. Maar de werkelijkheid is weerbarstiger.

Vraag het dichter Tsead Bruinja. Die kreeg op de Dr. J. Botkeskoalle in Damwâld ,,hiel goed ûnderwiis yn it Frysk”, maar toen het gezin naar Kollum verhuisde was dat voorbij. ,,Dêr waard folle minder Frysk praten, en ek oars. Foelst op ast goed Frysk pratest, en dat wie net altiten posityf.”

Vraag het zangeres en theatermaakster Nynke Laverman. Of vraag maar niet. ,,Ik kin my dêr amper wat fan herinnerje.” Later op de middelbare school had ze de keus tussen Fries en Latijn. ,,Allebeide koe net. Ik keas Latyn, ik tocht, dêr ha ik mear oan as it giet om ynsjoch yn oare talen.”

Ze had wel het geluk dat ze opgroeide in Weidum, ,,yn de Greidhoeke, wêr’t goed Frysk praten waard.” Ze had veel aan haar moeder, zelf wat minder Friestalig want afkomstig uit de Stellingwerven. ,,Dy woe wol goed Frysk leare, dat se die in kursus. Dêr ha ik ek in soad fan oppikt.”

Maar toch. Ook al vertaalt ze wel toneelstukken in het Fries, ze vertrouwt zichzelf nog niet helemaal met haar moedertaal. Er moet nog iemand ,,dy’t der echt in stúdzje fan makke hat” naar kijken. ,,Wol apart. It is myn eigen taal, de taal dêr’t ik my thús yn fiel. Dêr sit in diskrepânsje.”

loading

Een omweg naar het Fries

Bruinja’s weg naar het Fries was een omweg - via het Nederlands en het Engels, de taal waarin hij zijn eerste gedichten en teksten schreef. En via Groningen, waar hij betrokken raakte bij literaire festivals als Dichters in de Prinsentuin en Winterschrift. Hij ontmoette Marijke de Boer, toen redactielid van het Friese literaire blad Hjir die hem om gedichten vroeg, hij las de poëzie van Albertina Soepboer - ,,hiel moai” - en hij zag Tsjêbbe Hettinga optreden.

Dat zette hem aan om zelf ook in het Fries te dichten, al moest hij nog wel wat aan zijn taal doen. ,,Ik hie in aksint, en ik leau dat ik de tiidwurden ek noch omdraaide.” Dat veranderde wel toen hij, tijdens zijn schoonmaakbaantje nota bene, in het Fries aan het dichten sloeg. Over een onderwerp dat wel heel dicht bij hem stond: zijn doodzieke moeder. ,,Doe gie de boarne yn ien kear iepen. Ik fûn myn eigen stim, myn eigen kearn.”

loading

Bij Nynke Laverman sloeg het Fries toe via Amsterdam. Daar op de Kleinkunstacademie, waar ze in de klas zat met Wende Snijders, was ze eigenlijk helemaal niet bezig met dat Fries. ,,Je wolle net de hiele tiid as dat Fryske famke delsetten wurde.” Tot ze, op verzoek van haar klasgenoten, een liedje in het Fries zong - een vertaling van een nummer van Jacques Brel.

,,Nei twa sinnen koe ik net mear fierder sjonge. Ik hie gjin idee wat der barde. It grypte my sa oan. It siet ynienen folle tichter by myn emoasje.” En ze kreeg meteen oor voor de muzikale kwaliteiten van haar eigen taal. ,,Ik fielde dêr in leafde foar dy’t ik net hie foar it Nederlânsk of it Ingelsk.”

Het Fries, dat muzikale Fries dat haar zo na aan het hart bleek te liggen, bood haar ook de uitweg om eindelijk iets te doen met de Portugese fado, op zo’n manier dat ze er zelf wat aan toe kon voegen. Iets eigens. Dat werd Sielesâlt , haar doorbraak.

Lucht bij erfgoed

De voordeur is geblokkeerd, appt Sjoerd Bootsma, loop maar achterom. Best Fries en best plattelands, ook al woont hij in Leeuwarden en is hij ondanks zijn naam eigenlijk niet eens Fries want geboren in Gelderland. Voor Bootsma, die graag nadenkt over zulk soort dingen, zijn Lavermans fado-vertolkingen een dankbare verrijking voor het Friese erfgoed.

,,Ik geloof dat erfgoed geen sterfgoed moet worden. Er moet lucht bij kunnen, nieuwe invloeden, betekenissen, relaties. Dan vernieuwt het zich en daar wordt het sterker van. Als je het onder een stolp zet, verdwijnt alle zuurstof eruit. En dan wordt het eng. Kunst is bij uitstek een discipline die voor nieuwe zuurstof kan zorgen. Nynke Laverman die verbindingen maakt tussen het Fries en fado, dat is een voorbeeld van hoe je de taal, je Friese erfgoed levendig houdt, vernieuwt.”

Bootsma is iemand in de Friese culturele wereld. Mede-oprichter van Podium Asteriks en de festivals Welcome To The Village en Explore The North, nauw betrokken bij Culturele Hoofdstad en legacy -organisatie LF2028. We praten over Welcome To The Village, het festival waar hij tot vorige week artistiek leider van was. Is dat een Fries festival?

,,Het is een regionaal festival, geen stadsfestival. Regio’s lijken meer op elkaar dan we denken. De uitdagingen waar ze voor staan, de waarden die ze aanhangen. Krimp, verschraling van biodiversiteit, mienskip of noaberschap, net hoe je dat wilt noemen. Het is Fries omdat het hier is en door Friezen wordt gemaakt. Met soms een Fries en Friestalig programma, maar soms ook niet.”

Van alle Culturele-Hoofdstad-projecten was Under De Toer misschien wel het meest typisch Fries, denkt Bootsma. Dat speelde zich immers af in en rond kerken, opgetrokken op terpen. En laten we de invloed van die terpencultuur op Friesland en de Friezen niet onderschatten.

,,Als we duizend jaar teruggaan in de tijd, zien we een waterrijk gebied, zonder dijken en zonder polders, met heel veel terpen. Elders in Europa werden op centrale plekken grote kathedralen gebouwd, hier kreeg elke terp zijn eigen kerk. Het wordt hier wat minder gewaardeerd als je als een kathedraal overal bovenuit steekt, maar er zit ook een soort schoonheid in.’’

Van alles een beetje

,,Omdat je gewend bent om altijd samen te werken, te helpen, te zorgen dat iedereen van alles een beetje heeft. Dat heeft een kracht en een zwakte. De neiging om te nivelleren is in een regio als deze vrij sterk. Dat zie je ook in de nieuwe cultuurnota van de provincie: iedereen een beetje.’’

,,Niet echt keuze maken. En als er te weinig is, iedereen een beetje minder. Ik vind het heel goed, hoor, dat nieuwe generaties een stem krijgen, en dat het veel diverser is geworden. Het is allebei. Ook die terpencultuur.”

Hoe help je de zaak dan vooruit? Bootsma ziet het zo. ,,Het is een uitdaging om te zorgen dat er genoeg Friestalig talent is. Dat begint op de basisschool. Het kunstonderwijs hebben we verdomde hard laten verslechteren. Als je investeert in goed kunstonderwijs, dat je kinderen stimuleert zich in hun eigen taal te uiten, daar begint het mee. Als je als provincie de Friese taal en cultuur echt een boost wil geven, moet je zorgen dat er spannende, inspirerende kunst wordt gemaakt, waardoor jonge mensen denken: wauw, dat wil ik ook. Die moet je opleiden, in de basis en in de top.”

En als dat talent zich eenmaal heeft ontpopt, komt het aan op: ambitie. ,,Het is moeilijk om hier ambitie te hebben. Je kunt je druk maken over waarom slimme jonge mensen weggaan, maar dat heeft ook hier mee te maken. Een van mijn lessen van Culturele Hoofdstad is dat ambitie het beste tegengif is tegen het Calimero-syndroom.’’

loading

Een kathedraal bouwen

,,Want ambities motiveren zeker je beste mensen om echt boven zichzelf uit te stijgen en iets goeds te doen wat ook effect heeft op heel veel anderen. Daarom is dat zo belangrijk. Soms moet je wel die kathedraal willen bouwen.”

En soms moet dat dan zonder het Fries. Nynke Laverman werkt aan haar nieuwe voorstelling, plus bijbehorend album, Plant . Grotendeels in het Engels. Lange tijd wilde ze de wereld de muzikaliteit van het Fries laten horen, maar met Plant wil ze iets met de wereld delen waarvoor het Fries niet toereikend is. ,,De gefolgen dy’t ús manier fan libjen yn it Westen hat op de wrâld.”

Op zich geen nieuw thema voor haar en partner Sytze Pruiksma, ,,mar it wurdt wol hieltyd urgenter. Wy sitte hjir wol moai by Weidum tusken de greiden, mar it is allegearre dea produksjelân.”

Bruinja merkte hoe hij met zijn Friese poëzie al snel landde in het Friese literaire wereldje: gedichten in Hjir , een eigen bundel. ,,Dat wie my yn it Nederlânsk sa gau net slagge.” En nu dicht hij in het Fries èn in het Nederlands, als Dichter des Vaderlands. Vanuit woonplaats Amsterdam houdt hij Friesland wel degelijk in de gaten, en hij signaleert ook verdeeldheid op de Friese terpen.

,,Ik bin Frysk dichter, gjin Fryske beweger. Dat wegerje ik. En ik bepaal lekker sels wannear as ik yn it Frysk dichtsje. Ik bin eigen baas.” Zijn gedichten, in zijn hoedanigheid als Dichter des Vaderlands royaal verspreid in de media, roepen hoe dan ook wat op, ten goede of ten kwade. ,,As ik wat sis oer Swarte Pyt, wurdt der protesteard. Krij ik klappen.”

loading

Blokkeren is on-Fries

En daar kan Janpier Brands zich weer kwaad over maken. Brands, muzikant bij Meindert Talma, voormalig directeur van het Leeuwarder popcentrum Neushoorn, daarvoor lang verbonden aan de Academie voor Popcultuur aldaar en nu directeur van het Rotterdamse kunstcentrum Worm, stelt dat hij de Blokkeerfriezen niet begrijpt. En dat gaat, let op, ook over Friese identiteit en cultuur.

,,Dat fyn ik ten djipsten ûn-Frysk. Hoe kinst dat no dwaan, de A7 blokkeare foar in oare minderheid.” Want dit is wat hij altijd heeft meegekregen over Friezen, terpencultuur, minderheden: ,,Datst solidêr bist mei oare minderheden. Frieze wiene de earsten dy’t de Feriene Steaten erkenden, dy’t har tsjin slavernij yn Suriname kearden. Omdat wy witte hoe’t it is, om allinne te stean as minderheid. Doe mei dy blokkade, doe snapte ik der neat mear fan.”

Wat hem vooral ergert, is dat zulke groepen op de loop gaan met de Friese identiteit en de symbolen daarvan - je krijgt soms bijna een rare smaak als je een Friese vlag ziet wapperen. ,,Dy aksje fan dy Boeren by Skearnegoutum, ‘Fryslân’ skriuwe mei trekkers: wat wolle se dêr mei sizze? Wat is harren ferhaal no krekt? Wy moatte dy Fryske identiteit werom kleme. Dy flagge is net fan jimme, dy is fan ús.”

Vanuit het wel heel stedelijke Rotterdam, waar witte mensen op hun beurt een minderheid vormen, ziet hij dat Friesland helemaal niet zo’n homogene cultuur heeft. ,,De stêdske dynamyk is hjir fansels folle grutter, mar yn Ljouwert hast dy ek.”

Over ambities wil hij nog wel wat zeggen. ,,Der is in slach artysten dy’t yn Fryslân wol rûnkomme kin, mar ast in bytsje alternativer bist, moatst wol fierder sjen. It is as mei dy transportbedriuwen dy’t yn plakken as Stroobos en Surhústerfean opdûke. Jonges mei ambysje, dy wolle fierder. Mar dy komme ek altiten wer werom.”

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 4,99 per maand. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct