Tsead Bruinja stopt als Dichter des Vaderlands.

De Dichter des Vaderlands Tsead Bruinja schreef een bundel gedichten over het leven met tbs: 'It wiene aardige, boeiende minsken'

Tsead Bruinja stopt als Dichter des Vaderlands.

Dichter des Vaderlands Tsead Bruinja sprak deze zomer met tbs’ers en schreef over hen in zijn nieuwe bundel Springtij - gedichten over het leven met tbs , die komend weekeinde bij uitgeverij Querido verschijnt. Het project leverde Bruinja een bredere blik op.

X wil graag dat mensen hem begrijpen , zo heet een van de gedichten in de nieuwe bundel van Dichter des Vaderlands Tsead Bruinja. Op uitnodiging van de Pompe Stichting in Nijmegen bezocht hij deze zomer twee tbs-klinieken waar mensen behandeld worden die ter beschikking zijn gesteld aan de staat. Hij sprak met zestien gedetineerden, onder meer op een long stay-afdeling, over hun leven in bewaring.

Alle tbs’ers heten ‘X’ in Springtij . De prozagedichten moesten wel anoniem blijven. Over de ‘X’ die zo graag begrepen wil worden, schrijft Bruinja dit: ‘x wil zo graag vertellen over zijn probleem / hij is eraan gewend geraakt // hij wil de vrouw niet als object zien / toch zit dat wel in hem / dat weet hij ook’.

In dit fragment gaat een spanning schuil die in elk van de zestien ritmische prozagedichten zit, een spanning van wel willen, maar (nog) niet kunnen, van wel dromen maar niet (mogen) doen, van proberen en falen. Tbs’ers zijn in die zin mensen zoals jij en ik, leerde Bruinja. Zo is er de Somalische man die van alles op zijn kerfstok heeft, maar zijn gesprekspartner (de dichter) zo graag wil behagen. Bruinja schrijft vol mededogen: ‘hij lacht / hij wil mij iets leren / hij zegt // kamelenmelk is zoet’.

Zeep en shampoo

En zo zijn er meer, mannen die misdaden pleegden, impulsief of berekenend, maar die zoveel meer zijn dan hun delict alleen. Zo is er de gedetineerde die zich omringt met foto’s van zijn dochter die hij al lang niet meer heeft gezien, een ander die droomt van het fabriekje dat hij ooit gaat openen en waar hij zeep en shampoo gaat fabriceren. Het zijn ontroerende, lieve, warme, menselijke dingen die door Bruinja worden genoemd. Tegelijk zindert er op de achtergrond het delict dat is gepleegd, de persoonlijkheidsstoornissen, de straf, de verongelijktheid, het onvermogen; het ‘springtij’ kortom, want de boel kan zomaar overstromen.

Bruinja voerde de gesprekken met de tbs’ers tussen juni en september, met hun geestelijk verzorger erbij. Geen moment voelde hij zich onveilig. Van tevoren wist hij niet wie hij te spreken zou krijgen. Hij ging de kliniek binnen met alleen een notitieblok en een pen in de aanslag. Een opnameapparaat was niet toegestaan. ,,Ik wie fan doel om oer de persoan te skriuwen en net oer it delikt.’’

'Ik woe harren taal pakke'

Doorgaans sprak hij een tot twee uur met de gedetineerden. Het leek soms meer op een dictee dan op een gesprek, lacht Bruinja, want hij vond het belangrijk om zo dicht mogelijk bij de spreektaal van de man tegenover hem te blijven. ,,Ik woe harren taal pakke.’’ Thuis werkte hij de teksten uit en dan begon het grote schikken en regisseren. Toen het verzoek kwam om alle prozagedichten voor te leggen aan de betrokkenen, kreeg Bruinja wel even de zenuwen, maar het kwam goed - iedereen ging akkoord.

Eigenlijk heeft dit project best veel raakvlakken met de journalistiek, zegt Bruinja. Hij brengt een verborgen wereld naar buiten, zet het licht vol op dingen, mensen en gevoelens die wij meestal niet zien of zelfs proberen te verdringen, die buiten de ‘normale’ maatschappij blijven. De dichter als geschiedschrijver, als archivaris? ,,Ja… yn sekere sin is de dichter in konsjerzje fan syn tiid.’’

Wat Bruinja al vermoedde, bleek waar: tbs’ers zijn daders, maar óók slachtoffers. Vaak ging er in hun prille jeugd iets ernstigs mis. Een verstoorde band met de moeder, mishandeling, verwaarlozing. ,,Myn kennis is troch dit projekt ferbrede. Dizze tbs’ers binne echt minsken wurden foar my.’’ Het kostte hem geen moeite om empathisch te zijn. ,,It wiene aardige, boeiende minsken nei my ta.’’

Beteugelen

Maar pas op, Bruinja wil hun misdaden zeker niet bagatelliseren. ,,Wat se dien hawwe, is ferskriklik fansels, mar tagelyk ek minsklik. Ik bedoel: it is pas echt gefaarlik om by dysels te tinken dasto sels hielendal noait wreed wêze soest. Geweld en machtsmisbrûk lizze altyd op de loer. Yn hoefier witsto dy oanstriid te beteugeljen?’’

,,Wy ferskille net sa’n protte fan inoar, hear. Us DNA is presys itselfde. Us jeugd en ús persoanlikhied, dêryn ferskille wy fan inoar. Ik bin der wis fan dat as dizze minsken in oare start ha soene, it yn elts gefal by in oantal fan harren oars rûn wie.’’

Waar hij nu ook van doordrongen is, is dat het grote waarde heeft dat een mens die ‘ter beschikking is gesteld aan de staat’ toch altijd iets van hoop wordt geboden op groei. Dat er verandering mogelijk is. Een uitzicht. ,,Moatst sykjen bliuwe nei kontakt, nei mooglikheden, nei betrouwen. Moatst dy foarstelle dat immen tsjin dy seit: ‘ik weet zeker dat jij nooit meer anders wordt’. Dan setst dochs in muorre om immen hinne? Sa’n útspraak is al in finzenis op himsels.”

Tsead Bruinja was de afgelopen twee jaar Dichter des Vaderlands. Eind volgende maand wordt zijn opvolger bekendgemaakt.

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct