De afgelopen weken zat ik een beetje in de lappenmand. Tijdelijk, kan ik u verzekeren.

Zo kwam het dat ik een mailtje pas las een week nadat dit was binnengekomen. Maar ik zat wel meteen rechtop. Ik kreeg een uitnodiging om een lezing te houden over de canon van Friese kunstenaars. Wie zouden daar volgens mij in moeten staan en wie zou ik daar uit willen gooien, mocht er al zo’n canon bestaan?

Wat een interessante vraag. In mijn hoofd buitelden meteen allerlei namen over elkaar heen. Begonnen we in de Gouden Eeuw? Moesten het nog levende kunstenaars zijn? En zo ja, hadden die hun sporen al verdiend of waren het juist jonge mensen op wie we onze blik zouden moeten richten? Ik kon natuurlijk een heel divers gezelschap samenstellen. Wat lette me, ik had de vrije hand.

Ik begon met Wybrand de Geest, Gysbert Japicx en Margaretha de Heer. Voegde er Lourens Alma Tadema aan toe en Pier Pander. Maar daar was ik niet tevreden mee. Dit was allemaal zo klassiek. Het mocht allemaal wel wat extremer.

Maar waar blijven de kunstenaars uit de minderheden die nu zo op de trom slaan?

Auke de Vries dan? Zijn installaties balanceren immers altijd op een randje. Jentsje Popma? Het vakmanschap van de bijna 100-jarige staat niet ter discussie, maar konden we hem een vernieuwer noemen? Eja Siepman van den Berg? Grote klasse, maar ook weer… klassiek.

Wat te denken van degenen die in Friesland neerstreken en hier van alles losmaakten, zoals Lode Pemmelaar, Silvia Steiger en Fritz Rahmann. Kon ik om de autodidacten heen die de drang volgden zich te uiten: Sjoerd de Vries, Jopie Huisman, Boele Bregman, Willem Althuis, Gerrit Benner. Of zat ik dan te veel vast in de Friese mythe van de miskende talenten, die in eenzaamheid worstelen maar niet doorbreken bij het grote publiek.

Als ik keek naar kunstenaars die juist wel vanuit het Noorden de landelijke musea halen en de grenzen over gaan: Henk Rusman, Claudy Jongstra, Tjibbe Hooghiemstra, Christiaan Kuitwaard, André de Jong, Jan van der Kooi, Anne Feddema… Had ik voor hen een plek? Ik kon natuurlijk van tien naar twintig zetels opschalen.

En dan kwam er ook plek voor de jongere generatie met Astrid Nobel, Aafke Ytsma, Jenny Boot en José Witteveen. Hier proefde ik meer engagement. Jongstra die waarschuwt voor teloorgang van de planeet. Hooghiemstra die zich een paar jaar geleden nog uitsprak tegen de geslotenheid van de gemeenschap van de Fryske Wâlden. Astrid Nobel die milieukwesties aan de orde stelt met haar installaties en Witteveen die hint naar hypocrisie van de kerk. Hier werd het naar mijn idee al boeiender.

Maar waar blijven de kunstenaars uit de minderheden die nu zo op de trom slaan? Op het gebied van de beeldende kunst in Friesland springen er geen in het oog. Behalve misschien Jurjen Galema uit Drachten, die met zijn Fluffageddon een podium geeft aan mensen met een zachte stem. Als Lola Lasagna durft hij dingen te zeggen, waarover hij in het dagelijks leven zwijgt. En via zijn textiele sculpturen doet hij dat in wezen ook. Rebellie, maar dan van de zachte soort.

Dit kon wel eens een interessant lijstje worden. Ik antwoordde de schrijver van het mailtje dat ik de uitnodiging aannam. Nu heb ik nog ruim een maand om mijn canon te vullen en op te poetsen. Want het mag wel even knallen.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Cultuur
Column
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct