Dave Faladi wint zowel de jury- als de publieksprijs.

Cabaretfestival: veel geklapt, weinig gelachen

Dave Faladi wint zowel de jury- als de publieksprijs. Foto Hoge Noorden/Jacob van Essen

De negende editie van het Leeuwarder Cabaretfestival trok zaterdag vooral allochtone stand-uppers uit de Randstad. Winnaar werd Dave Falida.

Allochtoon? Kun je dat woord, een paar dagen nadat de moorkop chocoladebol is gaan heten, nog gebruiken? Wel als de volledige line-up van de festivalfinale uit cabaretiers bestaat die zichzelf allochtoon noemen en wier herkomst en integratie het belangrijkste thema is. Het was Dave Falida die na een grap over ,,negers’’ plagerig vaststelde dat ,,jullie’’ zoiets niet mogen zeggen. Om er – als zout in de wonde – nog aan toe te voegen: ,,Jullie mogen er niet eens om lachen.’’

Wat dat laatste betreft viel het publiek weinig te verwijten: zoveel werd er niet gelachen. Dat was niet omdat de toeschouwers niet ontvankelijk zouden zijn voor een goede grap, oorzaak was het ontbreken van voldoende goede grappen.

Alle drie de finalisten hebben de afgelopen jaren ervaring opgedaan in de comedyclubs in de Randstad en op regionale cabaretfestivals, zoals dat in Leeuwarden. Vooral die laatste zijn waarschijnlijk een harde leerschool. Daar sta je dan als stand-upper met een kleurtje tegenover een zaal met 170 blanke Nederlanders en kun je alleen maar hopen dat die zich enigszins kunnen verplaatsen in een grappenmaker uit Afghanistan of Sri Lanka.

Drie finalisten

Hermes Ahmadi mocht het spits afbijten. Dat een Afghaan niet heel veel van een Nederlander verschilt, bleek onder andere uit het verhaal over Ahmadi’s moeder die – ijdel als ze is – de boodschappen van de Lidl in een tas van Albert Heijn vervoert. Ook zijn speelse omgang met de eigenaardigheden van de Nederlandse taal waren op zich raak, maar zo lang hij als een zoutzak op het toneel staat, blijven de lachsalvo’s ook in de toekomst waarschijnlijk een zeldzaamheid.

Dave Falida – een Twent met een zwarte vader en een Nederlandse moeder – beweegt zich met aanmerkelijk meer souplesse over het podium. Dat hij zowel de jury- als de publieksprijs in de wacht sleepte, zal hij daar vooral ook aan hebben te danken, inhoudelijk stak hij niet heel veel boven Ahmadi uit. Wel eindigde hij met een ijzersterk verhaal over zijn onbekende vader – even hilarisch als schrijnend – maar helaas bleef dat door de matige tekstbehandeling halverwege het podium en de zaal hangen. Een goede regisseur had wonderen kunnen verrichten.

Dat laatste geldt ook voor Sanjeevani Hendriks. Zij voelt zich, zo begint ze haar optreden, redelijk op haar gemak in Leeuwarden. Dit omdat het publiek in de zaal haar net zo vertrouwd voorkomt als haar muur thuis: even wit.

Het grootste deel van haar programma gaat over haar adoptie. Ze heeft een innemende manier van vertellen en weet het publiek af en toe ook te raken, zoals met het verhaal over haar adoptiemoeder die – onderweg naar Sri Lanka om Sanjeevani op te halen – ontdekt dat ze zwanger is. Cabaret wil het niet worden, maar haar adoptiegeschiedenis zou best een interessante theatervoorstelling kunnen opleveren. Wel zou het verstandig zijn om eerst de hulp van een schrijver en een regisseur in te roepen.

Dat geldt ook voor presentator Eric Goossens. Omdat hij voor zijn grappen te weinig bijval krijgt, steekt hij bijna al zijn energie in het hengelen naar applaus, voor zichzelf en voor de drie finalisten. Als iemand uit het publiek zijn vraag wat ze gedronken heeft in de pauze beantwoordt met ‘een biertje’, verdient ook dat volgens hem een kleine ovatie. Het was een veelzeggend moment voor het negende Leeuwarder Cabaretfestival: veel geklapt, weinig gelachen.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Cultuur
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct