Ook bij het RIVM balen ze ervan dat Nederland als laatste in Europa begint met inenten tegen corona, maar uiteindelijk maakt een trage start weinig verschil. Dat zeggen vaccinatiebazen Jaap van Delden en Hans van Vliet van het RIVM.

Het RIVM zit met corona in het oog van de storm, verzucht Jaap van Delden, sinds oktober aangetreden als directeur Covid-19-vaccinatie bij het RIVM. Maar er is ook een storm van kritiek. Het voormalige hoofd infectieziektebestrijding bij het RIVM, Roel Coutinho, sprak deze week misschien wel de hardste woorden: ’verbijsterend’ en ’beschamend’ vond hij het dat Nederland als enige nog niet aan het vaccineren is, en de rest van Europa wel.

Was het schrikken, die dolkstoot bij Nieuwsuur?

Van Delden: „Het was vervelend om te horen.” Zijn collega Hans van Vliet, manager van het Rijksvaccinatieprogramma: „Natuurlijk waren we liever eerder gestart. We hadden liever gezien dat iedereen had gezegd: Nederland is het voorbeeldland van Europa. Dat is nu dus gewoon niet zo.”

Volgens sommige experts heeft een trage start ernstige gevolgen. Later prikken betekent meer zieken en dus in theorie meer doden, stelde de Groningse hoogleraar immunologie Anke Huckriede eerder. Omdat elk besmet persoon het virus doorgeeft, telt elke dag. „Wij zien dat echt anders”, zegt Van Vliet beslist. Hij valt vooral over de suggestie dat er mensen onnodig sterven. „Dat Nederland later begint houdt de gemoederen bezig. Begrijpelijk. Maar voor de totale sterfte is uiteindelijk bepalend hoe snel je de doelgroep als geheel vaccineert. Een week meer of minder maakt geen groot verschil. Sterker nog: als je vroeg begint maar daarna geen vaart maakt, kan de sterfte wel eens hoger uitvallen dan als je later begint en snel vaccineert.”

Toch steekt het. In een video van het ministerie zien we Van Delden met minister De Jonge in een grote distributiehal staan vol vriezers en naalden, opgestapeld tot het plafond. Maar aan de andere kant van de Noordzee was de eerste Brit toen al een maand eerder geprikt. Ook de Belgen zijn van start. De Duitsers tuigen indrukwekkende vaccinatiecentra op. Maar ons land begint pas op 8 januari met vaccineren. Op de Europese vaccinatiekaart steekt Nederland grijs af bij het verder feloranje gekleurde Europa. Hoe kan dat?

Nederland – en vrijwel iedereen – ging ervan uit dat de koploper van de vaccinrace die ook zou winnen. Dat was het middel uit Oxford, gemaakt door AstraZeneca. Met dat middel op tafel zou Nederland maximaal kunnen terugvallen op dezelfde vertrouwde en fijnmazige infrastructuur die sinds jaar en dag bij de griepprik zijn nut bewijst. „Maar het Oxfordvaccin liet op zich wachten”, zegt Van Vliet. „En nog steeds. Ondertussen verschenen als duveltjes uit een doosje, nee beter gezegd: als geschenken uit de hemel de RNA-vaccins van Pfizer en Moderna.”

Die bleken nog beter te werken dan iedereen verwachtte. Maar het Pfizer-middel is logistiek lastig, vooral door de lage bewaartemperatuur. „Aanvankelijk dachten we: het middel van Pfizer zetten we later in, op de GGD-locaties met de grote aantallen. Tegen die tijd hebben we de ouderen al gevaccineerd via de grieproute. Maar nu blijkt het niet lekker op elkaar te passen.”

„Duitsland heeft ingezet op grootschalige locaties voor vaccinatie”, zegt Van Delden. „Dat blijkt nu goed aan te sluiten bij het eerste vaccin dat binnenkomt. Dat is voor hen gunstig, voor ons is het minder handig. Maar we vinden er wel een weg in.”

Had er geen stapel scenario’s klaar moeten liggen voor als een ander kandidaatvaccin als eerste over de eindstreep zou komen?

Van Delden: „Die vraag is ook door mijn hoofd gegaan. Maar dat is meer iets om achteraf te evalueren. Het aantal onvoorspelbaarheden is nou eenmaal immens.”

De tegenvaller met Oxford was niet het enige probleem. Pfizer leverde het vaccin aan met duizend per doos. Die volumes zijn veel te groot om in verpleeghuizen mee te kunnen werken. Herverpakken in compactere sets bleek lastig. De vraag is of het ministerie niet al in oktober had kunnen weten hoe het Pfizer-middel zou worden afgeleverd.

Zo ontstaat voor de buitenwereld het beeld van een zwabberend beleid. Eerst zouden de ouderen in verpleeghuizen als eersten aan de beurt komen, toen werd de knop omgezet en kreeg het zorgpersoneel voorrang. Nu gonst het van de geruchten dat ouderen toch ook snel aan de beurt komen. Ook de logistieke perikelen zijn nog niet voorbij. De ICT-systemen voor de GGD blijken nog niet opgetuigd.

Zijn er momenten dat de vaccinatie-chefs van het RIVM met de vuist op tafel sloegen en dachten: dit gaat fout?

Van Vliet, lachend: „Jij denkt dat wij dat gaan delen? Nee dus.”

Allebei begrijpen ze de kritiek. Maar de vermeende Nederlandse achterstand wordt volgens hen wel erg breed uitgemeten. Van Vliet vindt het jammer dat de nadruk op de fouten ligt. „Covid is een ramp die ons overkomt. Het is fantastisch dat vaccins in dit tempo op de markt komen, met zulke hoge werkingspercentages. Met man en macht wordt eraan gewerkt om de hele bevolking in te enten. Nog nooit hebben we zo snel een pandemie bestreden. Het is heel bijzonder wat we meemaken. Natuurlijk zijn er verschillen tussen landen en worden er fouten gemaakt. Maar je moet de zaken wel in proportie zien.”

Komt Nederland uiteindelijk toch in de Europese kopgroep?

„Aan het eind van de rit in het derde kwartaal hebben alle Europese landen hun bevolking gevaccineerd. De een heeft een iets andere route gelopen dan de ander. Maar de verschillen zullen klein zijn.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Binnenland
Coronavirus
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct