Parlement wordt buitenspel gezet.

Staatsrechtgeleerden over coronawet: 'Parlement wordt buitenspel gezet'

Parlement wordt buitenspel gezet. Foto: Illustratie Janneke de Jonge

Groningse staatsrechtdeskundigen hebben kritiek op de coronawet van het kabinet. Ze vinden dat het parlement buitenspel wordt gezet en dat de minister ongelimiteerd veel macht krijgt.

De kritiek op de corona-noodwet van het kabinet zwelt aan. Om verspreiding van het virus tegen te gaan wil het kabinet slagvaardig kunnen optreden. Met zo’n wet zou dat makkelijker gaan. Het plan is om de huidige noodverordeningen - zoals de mondkapjesverplichting in het openbaar vervoer en het houden van 1,5 meter afstand - onder te brengen in de Tijdelijke wet maatregelen covid-19. De Raad van State, het hoogste bestuursorgaan van het land, brengt er binnenkort een advies over uit.

‘Parlement buitenspel gezet’

Staatsrechtdeskundigen hebben veel kritiek op het wetsvoorstel. Volgens Herman Bröring, hoogleraar bestuursrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG), krijgt de minister te veel macht. Hij kan maatregelen treffen die het parlement niet kan controleren. ,,Als er grondrechten worden ingeperkt, moet dat zorgvuldig gebeuren. Daar moet het parlement zijn zegje over kunnen doen. Dat dreigt straks door de wet buitenspel te worden gezet.’’

Een ander heikel punt van de noodwet is de naleving ervan, zegt Bröring. Mensen moeten de redelijkheid van de maatregelen inzien. Doen ze dat niet, dan lappen ze de regels massaal aan hun laars. De handhaving wordt dan problematisch. ,,Kortom, er moet voldoende draagvlak zijn. Daarom moet het parlement erbij worden betrokken. Dat komt de legitimiteit van de getroffen maatregelen ten goede.’’

‘Noodverordeningen leiden tot vertraging’

Adriaan Wierenga, gespecialiseerd in noodrecht aan de rechtenfaculteit van de RUG, is het met Bröring eens dat de huidige situatie met de noodverordeningen verre van ideaal is. Deze worden afgekondigd door de voorzitters van de 25 veiligheidsregio’s waarin Nederland is onderverdeeld, na overleg met het kabinet. ,,Dat leidt tot vertraging en verschillen tussen regio’s. Dat is zeer onwenselijk.’’

Minpunt is ook dat de voorzitter van een veiligheidsregio geen verantwoording hoeft af te leggen aan een democratisch gekozen orgaan. Daartoe zijn een burgemeester en een minister wel verplicht, respectievelijk aan de gemeenteraad en aan het parlement. ,,De voorzitters van de veiligheidsregio’s vallen wat dat betreft tussen wal en schip. Dat verandert met de noodwet. Dan is de minister verantwoordelijk. Er zitten dus positieve kanten aan de noodwet.’’

Gaslek

Ook de kritiek dat een minister volgens de noodwet zelfstandig besluiten kan opleggen, bijvoorbeeld het sluiten van scholen of het instellen van een samenscholingsverbod, wuift hij weg. Hij verwijst naar het rampenrecht, waarin is vastgelegd dat bestuurders in spoedeisende situaties eerst handelen en zich pas achteraf hoeven te verantwoorden voor hun optreden.

Wierenga: ,,Als er ineens een gaslek wordt opgespoord in een wijk, dan wordt van de burgemeester verwacht dat hij snel in actie komt en niet eerst met de gemeenteraad gaat praten. Zo moet het ook zijn in spoedeisende situaties tijdens de verspreiding van infectieziekten. De minister is eerst aan zet. Zijn besluiten worden pas achteraf getoetst door het parlement.’’

‘Waar maakt men zich zo druk om?’

De Groninger rechtsgeleerde Jan Brouwer begrijpt niet waarom sommige van zijn collega’s tegen de wet zijn. De huidige noodverordeningen zijn volgens hem vanuit democratisch oogpunt veel bezwaarlijker dan de noodwet. ,,Die wet is juist een poging om dat recht te breien.’’

‘Gouden regel’ bij het instellen van zo’n noodwet is dat het parlement bij het besluit is betrokken is, zegt Brouwer. ,,Dat gaat ook gebeuren, dus waar maakt men zich zo druk om?’’

Wel schiet de wet in zijn ogen inhoudelijk tekort. Er moet precies worden geformuleerd ‘in welke omstandigheden en in welke mate’ grondrechten kunnen worden beperkt. Brouwer: ,,Er moet bijvoorbeeld concreet in staan dat de minister tijdens een virusuitbraak een bezoekverbod aan verpleeghuizen kan opleggen. In het huidige wetsvoorstel gebeurt dat niet. Daarin krijgt de minister een carte blanche. Dat mag niet.’’

Alleen zelfstandig besluiten in spoedeisende situaties

Ook Wierenga stelt voorwaarden aan de noodwet. De minister mag op grond van de wet alleen zelfstandig besluiten nemen in spoedeisende situaties . ,,Als er genoeg tijd is, moet hij eerst ruggespraak houden met het parlement.’’

Verder is hij gekant tegen de geldigheidstermijn van de wet: een jaar of langer. ,,Dat moet veel korter. Je kunt de wet gedurende twee maanden instellen. Het parlement kan dan telkens besluiten de termijn te verlengen.’’

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct