Rechtbank: Keith Bakker toch naar Pieter Baan Centrum

Rechtbank: Keith Bakker toch naar Pieter Baan Centrum ANP

De van seksueel misbruik verdachte Keith Bakker moet toch ter observatie naar het Pieter Baan Centrum. Dat heeft de rechtbank in Amsterdam donderdag beslist. Op 20 mei was dit op verzoek van het Openbaar Ministerie al besloten, maar de advocaat van Bakker vroeg donderdag die beslissing te herzien. De rechtbank besloot echter dat deze in stand moest blijven.

Het OM verdenkt Bakker (59), bekend van televisieprogramma's, ervan dat hij een seksuele relatie met een minderjarige vrouw heeft gehad. Ook verwijt het OM Bakker dat hij als hulpverlener heeft gewerkt, terwijl hij sinds 2012 een beroepsverbod heeft. In dat kader kondigde de officier ook een ontnemingsvordering aan van ongeveer 100.000 euro. Bakker benadrukte donderdag dat hij "volledig onschuldig is" aan het hebben van seksueel contact met het slachtoffer toen zij minderjarig was.

De officier van justitie had de rechtbank op 20 mei gevraagd Bakker naar het Pieter Baan Centrum (PBC) te sturen, omdat er nog te veel vragen over diens psychische gesteldheid waren. Hij had destijds niet mee willen werken aan een onderzoek naar mensen uit zijn omgeving, een zogenoemd milieuonderzoek. Dat zou nog in het PBC moeten worden gedaan.

Bedreigd

De advocaat van Bakker kwam tot zijn verzoek die beslissing te herzien omdat zijn cliënt in het huis van bewaring waar hij nu zit (fysiek) aangevallen en bedreigd zou zijn. Hij had contact opgenomen met de directeur van het PBC over hoe de privacy van Bakker als bekende Nederlander kon worden gewaarborgd, maar dit antwoord was niet bevredigend. Bakker: "Als ik me echt bloot moet geven, moet ik me veilig kunnen voelen." Hij zei volledig mee te willen werken aan het onderzoek, maar te vrezen dat een van de andere aanwezigen zijn verhaal wellicht aan de media zou gaan verkopen: "Mijn verhaal is geld waard voor criminele journalisten." De advocaat verzocht de rechtbank het milieuonderzoek alsnog niet binnen het PBC te laten verrichten.

De rechtbank vond echter dat de door de advocaat aangevoerde punten geen nieuwe omstandigheden waren op grond waarvan de beslissing van 20 mei kon worden herzien. De zaak wordt voortgezet op 5 januari 2021.