Minister De Jonge: 'Nederland kan in derde kwartaal zijn gevaccineerd'

Minister Hugo de Jonge ANP

Vaccineren tegen het coronavirus begint deze week. Maandagmiddag maakte minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid) bekend wie wanneer aan de beurt is. Medewerkers van verpleeghuizen en kleinschalige woonvormen zijn eerst aan de beurt. Net als mensen die in de acute zorg werken. Aan het eind van het derde kwartaal moet iedereen zijn gevaccineerd, als alle bestelde vaccins tijdig worden geleverd.

Dat blijkt uit de vaccinatiestrategie die De Jonge naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. „De levering van de vaccins is leidend voor de snelheid van de vaccinaties”, benadrukt De Jonge in een toelichting.

Na lang wikken en wegen ligt er een definitief vaccinatieplan, al kan er nog van worden afgeweken. Na medewerkers van verpleeghuizen en de acute zorg volgt stapsgewijs de rest.

Die zorgmedewerkers van verpleeghuizen en kleinschalige woonvormen, gehandicaptenzorg, wijkverpleging en Wmo-ondersteuning zouden tussen 6 januari en 1 mei geprikt moeten worden.

Zorgmedewerkers in de zogeheten acute zorg (ziekenhuizen, ambulance, spoedeisende hulp) zijn tussen 6 januari en half februari aan de beurt. Zij ontvangen het vaccin van Pfizer in het ziekenhuis. Alle overige zorgmedewerkers komen tussen 1 april en augustus aan bod.

Verpleeghuisbewoners en mensen met een verstandelijke beperking in een instelling volgen dan tussen januari/februari en juni. Zij worden in de instelling zelf gevaccineerd.

GGZ-cliënten die in een instelling zitten en het personeel daar zijn tussen februari/maart en augustus aan de beurt voor een prik. Zij krijgen het vaccin van Moderna in de GGZ-instelling.

Mensen van 18 tot 60 jaar met een zogenoemde ’medische indicatie’ komen ook snel aan de beurt. Tussen eind februari en 1 september kunnen zij het vaccin van AstraZeneca bij de huisarts halen. Gezonde mensen tussen 18 en 60 jaar mogen vanaf april/mei tot en met september een prik halen.

Gezonde zestigplussers kunnen tussen maart en september een vaccin krijgen. Het gaat dan om het vaccin van Pfizer bij een reguliere GGD-locatie.

Interval

De Jonge vraagt instanties te kijken naar een mogelijk langere interval tussen de twee prikken die per persoon nodig zijn om zo goed mogelijk beschermd te zijn tegen het virus. Volgens Pfizer is drie weken gewenst, maar De Jonge sluit niet uit dat hij zal kiezen voor een ‘korte-termijn-bescherming’ zodat meer mensen een eerste prik kunnen krijgen en al een beetje beschermd zijn. Een tweede prik kan dan in een later stadium worden gegeven. Het is wel riskanter als bijvoorbeeld leveringen te lang op zich laten wachten, maar een iets lagere veiligheidsmarge kan eventueel mogelijk zijn, aldus de minister.

Voor dit moment geldt volgens de minister dat voor mensen die nu als eerste worden gevaccineerd, de tweede prik ook in huis is. Ze krijgen een afspraak om die te laten zetten. In sommige andere landen overwegen de autoriteiten volgens De Jonge ook om de interval te vergroten. Hij verwacht uiterlijk 18 januari hierover een advies te krijgen.

’GGD te laat gevraagd’

De Jonge geeft toe dat de coronavaccinatie in Nederland waarschijnlijk eerder had kunnen beginnen als hij de GGD’en eerder had gevraagd de systemen alvast klaar te maken voor grootschalige vaccinaties. De Jonge schrijft de Kamer „dat we onvoldoende wendbaar zijn gebleken om de veranderingen die zich voordeden snel genoeg te kunnen accommoderen. Dat had wellicht anders gekund en gemoeten.”

In een toelichting maandag zegt de minister dat de eerste inentingen dan „mogelijk enkele dagen eerder” hadden kunnen worden gezet. In het buitenland gebeurde dat wel, eind december. De Jonge hield steeds vast aan 8 januari, onder meer omdat het onderliggende IT-systeem van de GGD’en nog niet in orde was. Maandag werd bekend dat de vaccinaties toch iets eerder, op 6 januari beginnen.

Nederland is het laatste land van de Europese Unie dat hiermee begint. Het leverde de minister veel kritiek op, vanuit de Tweede Kamer maar ook van deskundigen.

In november werd al duidelijk dat het vaccin van BioNTech/Pfizer eerder op de markt zou komen dan dat van AstraZeneca. Het Pfizervaccin komt in grootschalige tranches en moet diepgevroren worden bewaard, waardoor het vaccin niet goed in kleine doses kan worden verspreid. Daardoor konden de aanvankelijk beoogde doelgroepen van bewoners in verpleeghuizen en instellingen voor mensen met een verstandelijke beperking niet worden bereikt, stelde de minister.

Moderna in kleine doses

Daarop is de strategie veranderd en is besloten de medewerkers van de instellingen van deze kwetsbare personen als eersten in te enten. De bewoners zouden later het Moderna-vaccin krijgen, dat binnenkort wordt verwacht en wel in kleine doses kan worden verspreid. Maar voor de grootschaliger vaccinaties op centrale locaties waren de GGD’en nog niet klaar.

Het vaccin van AstraZeneca is nog niet goedgekeurd, maar De Jonge gaat ervan uit dat dit snel gaat gebeuren. In de strategie gaat hij ervan uit dat dit vaccin vanaf half februari kan worden toegediend. Het is een belangrijk vaccin, omdat de grote bulk van de bevolking hiermee zal worden ingeënt.