Leraren boos over 460 miljoen, maar wat willen ze dan?

FOTO MARCO OKHUIZEN

Leraren zijn woedend over het akkoord van onderwijsbonden, schoolbesturen en het ministerie van Onderwijs waarin ze 460 miljoen euro krijgen. Waarom? En wat willen ze dan? Drie vragen over de ontstane situatie.

Lees ook | Een plotselinge vrije dag door de lerarenstaking? Zo vermaak je woensdag de kinderen

Wat kunnen ze met die 460 miljoen euro extra?

Dat geld is opgeknipt in allerlei delen. Er gaat in 2019 14,2 miljoen extra naar de begeleiding van mensen die van baan wisselen en in het onderwijs gaan werken. Om de lerarenopleidingen beter op de lespraktijk te laten aansluiten, trekt het ministerie voor 2020 tot en met 2022 10,6 miljoen euro extra uit. Dat geld is onder meer bedoeld om startende leraren te begeleiden. Voor de basisschoolleraren die al langer op scholen werken, komt 21,2 miljoen voor 2020 en 2021 voor scholing.

Om de werkdruk op de basisscholen te verlagen, is er geld uitgetrokken dat lerarenteams zelf mogen uitgeven. Ze kunnen er bijvoorbeeld een onderwijsassistent of conciërge voor aannemen. Dat budget is eerder dan gepland opgehoogd met 97 miljoen euro voor 2020 en 2021.

Dan is er nog een bedrag van 300 miljoen euro extra dat wordt verdeeld over basis- en middelbare scholen. De 150 miljoen euro voor basisscholen gaat waarschijnlijk als eenmalige uitkering naar al het onderwijspersoneel. De helft die naar middelbare scholen gaat, komt in 2020 en 2021 op de rekening van de schoolbesturen. Scholen kunnen zelf beslissen waar zij het geld aan uitgeven, bijvoorbeeld werkdrukverlichting, onderwijsinnovatie of begeleiding van startende docenten.

Het enige geld dat structureel is, is 16,5 miljoen euro voor het salaris van leraren die in het voortgezet speciaal onderwijs (vso) werken. Zij vallen onder de cao van het basisonderwijs, maar werken met een zware doelgroep leerlingen. De leraren die lesgeven op het vso waar daadwerkelijk naar een diploma wordt toegewerkt, kunnen op extra salaris rekenen.

Leraren zijn dus niet blij met dit geld, maar wat willen ze dan?;

Vooral basisscholen kampen met een groeiend lerarentekort, waardoor de werkdruk voor de huidige leraren groeit. Zij zijn boos, omdat het grootste deel van de 460 miljoen euro eenmalig geld is. Daarmee kunnen ze het probleem van het lerarentekort niet oplossen, stellen ze.

Al voor de zomer legden onderwijsbonden en schoolbesturen een noodpakket neer van structureel 423,5 miljoen euro extra. Een deel van dat geld is bedoeld voor de verlaging van de werkdruk en daaraan heeft minister Arie Slob gehoor gegeven. Het extra geld voor werkdrukverlaging komt eerder vrij.

Maar daarnaast wilde het onderwijs een bedrag van 185 miljoen euro om de salariskloof tussen leraren op basis- en middelbare scholen te dichten. De salarissen liggen bij het begin van hun carrière nauwelijks uit elkaar. Een leraar in het basisonderwijs die in de laagste schaal start, verdient 3030 euro bruto per maand, inclusief vakantiegeld en eindejaarsuitkering. Op middelbare scholen ligt dat bedrag op 3150 euro bruto.

Maar docenten op middelbare scholen gaan al snel meer verdienen. Basisschoolleraren kunnen maximaal 5665 euro bruto per maand gaan verdienen. Bij docenten in het voortgezet kan dat bedrag oplopen tot maximaal 6400 euro bruto.

Met die 185 miljoen zijn ze er overigens nog niet. Om het gat volledig te dichten is ongeveer 560 miljoen euro nodig.

In het noodpakket vragen de bonden en werkgevers ook om 182 miljoen euro extra voor verlaging van de werkdruk en om de kwaliteit van het onderwijs op middelbare scholen te verbeteren. Het geld is nodig om het aantal lesuren per week terug te brengen, waardoor docenten meer tijd hebben om lessen voor te bereiden en eigen lessen te maken. Een ander deel van het bedrag moet naar een betere beloning van personeel op middelbare scholen in achterstandswijken. Voor de scholen is de komende twee jaar 75 miljoen euro beschikbaar, ook dat is niet structureel.

Is het salaris van basisschoolleraren echt zo slecht?

De bonden en schoolbesturen lieten het salaris in 2017 onderzoeken door SEO Economisch Onderzoek. Tot hun 35ste verdienen leraren nagenoeg evenveel als mensen in het bedrijfsleven. Daarna loopt het verschil echter op. In 2017 hadden leraren een 14 procent lager gemiddeld bruto uurloon. Dat bedrag lag in 2015 op ongeveer 26 euro, 4 euro minder dan het gemiddelde bruto uurloon van vergelijkbare werknemers in de marktsector.

In 2017 heeft minister Slob 270 miljoen euro extra uitgetrokken voor salarissen. Daarmee groeide hun maandelijkse loon met gemiddeld rond de 8 procent. Volgens de onderwijsbonden en schoolbesturen was dat hard nodig, omdat de salarissen jarenlang op de nullijn hadden gestaan. Hoe de lonen zich nu verhouden ten opzichte van soortgelijke banen in het bedrijfsleven is niet opnieuw onderzocht. De kloof met docenten op middelbare scholen zou gemiddeld 18 procent zijn.

Lees ook | Staking legt Fries onderwijs grotendeels plat, zelfs op scholen waar de leraren doorwerken