'Leraar moet naar individu kijken, niet naar geslacht'

'Leraar moet naar individu kijken, niet naar geslacht' ANP

Het onderwijs moet meer doen om gelijke kansen voor jongens en meisjes te bevorderen en hun keuzevrijheid te vergroten. Die conclusie trekt de Onderwijsraad in een rapport over sekseverschillen in het onderwijs. De raad adviseert de twee onderwijsministers maatregelen te nemen, zodat meer naar de individuele leerling wordt gekeken, in plaats van naar het geslacht. Bewustwording is belangrijk, maar bijvoorbeeld ook het voorkomen van stereotypen in lesmateriaal.

"Als leraren genderstereotiepe verwachtingen hebben, zullen die ook uitkomen", stelt de raad. En die hebben ze vaak, signaleert de Onderwijsraad. Traditionele rolpatronen en denkbeelden zijn namelijk nog volop aanwezig in Nederland, meer zelfs dan in andere Europese landen. "Jongens en meiden kiezen volgens traditionele patronen, wat leidt tot typische mannen- en vrouwenberoepen."

Opvattingen over typische vrouwen- of mannenbezigheden ontstaan niet alleen op school, maar ook thuis, in het contact met leeftijdsgenoten en in de samenleving als geheel. Uit het verkennende rapport wordt duidelijk dat dit niet zomaar in de klas te doorbreken valt, maar het onderwijs kan volgens de Onderwijsraad wel degelijk bijdragen aan het verkleinen van de verschillen.

Misvattingen

Over de vraag wat jongens en meisjes precies van elkaar onderscheidt, bestaan volgens de onderzoekers veel misvattingen. Op basis van literatuuronderzoek constateert de Onderwijsraad dat verschillen in de hersenen of in vaardigheden over het algemeen te klein zijn om verschillen te verklaren. Ook voor de veelgehoorde stelling dat jongens gemiddeld slechter presteren op school dan meisjes doordat in het basisonderwijs vooral vrouwen werken, ziet de raad geen bewijs.

Wat de raad vooral ziet, is dat leraren, leerlingen en studenten hardnekkige denkbeelden over gender meenemen naar het onderwijs. Bijvoorbeeld over de dingen waar jongens en meiden goed in zijn en welke beroepen beter bij mannen of vrouwen passen. Die denkbeelden leiden er uiteindelijk toe dat jongens het minder goed doen op school, terwijl vrouwen later gemiddeld minder carrière maken. Jongens vallen op school vaker uit, blijven vaker zitten en stromen door naar lagere niveaus. In het volwassen leven werken vrouwen dan weer vaker in deeltijd. Ze verdienen minder en stromen minder vaak door naar management- en topposities dan mannen.

Om verschillen op de arbeidsmarkt te verkleinen zijn volgens de Onderwijsraad ook buiten het onderwijs maatregelen nodig, bijvoorbeeld ruimere kinderopvang.