Uit het boek De Laatste Mode.

Het eerste klederdrachtenboek dat heel Nederland bestrijkt

Uit het boek De Laatste Mode.

Wie aan klederdrachten denkt, denkt vaak aan Staphorst, Volendam of Arnemuiden. Dat bijna ieder dorp en iedere stad vroeger zijn eigen kleding droeg, zou je haast vergeten. In De Laatste Mode heeft schrijver Pim Smit 37 klederdrachten vastgelegd.

Het is het eerste klederdrachtenboek dat heel Nederland bestrijkt. Toch heeft schrijver en uitgever Pim Smit niet de illusie dat De Laatste Mode compleet is. „In de hoogtijdagen had zowat ieder dorp en elke stad of streek zijn eigen dracht. Maar dit is een goed overzicht. Alle grote komen erin voor. Als iemand straks zegt dat Ruurlo er niet in staat, terwijl ze daar vroeger ook zo’n mooie variant hadden, geloof ik dat meteen.”

De 72-jarige Amsterdammer, voormalig vormgever van bladen als Margriet , Libelle en Viva , brengt sinds zijn pensionering in eigen beheer boeken uit over onderwerpen die hem aanspreken. „Zo ben ik altijd geïnteresseerd geweest in tribale culturen – Papoea’s, pygmeeën en indianen – en was ik tweeënhalf jaar geleden met mijn zevende boek van plan om daar een Europese invulling aan te geven. Zo zocht ik naar informatie over de Sami in Scandinavië toen ik online toevallig op het Nationaal Klederdracht Festival van 2018 in Katwijk stuitte. Ik besloot ernaartoe te gaan en stond versteld van al die prachtige kleding uit eigen land. Ik denk dat er die dag zo’n tien verschillende drachten te zien waren, en wist meteen dat dit het onderwerp voor mijn nieuwe boek werd. Maar dan wilde ik wel heel Nederland bestrijken. En niet alleen Zeeland, Gelderland en Noord-Holland of zo. Dat zou te fragmentarisch zijn.”

loading

loading

Ratjetoe van culturen

Hij begon te onderzoeken welke streekdrachten nog te fotograferen waren. Die af en toe – „of wellicht nog dagelijks” – gedragen werden. Dat waren er niet veel. „Als ik bijvoorbeeld naar mijn eigen woonplaats Amsterdam kijk, dan is dat een ratjetoe van culturen geworden en zie je eigenlijk alleen nog af en toe een visboer uit Volendam in traditionele kledij rondlopen. Voor de rest ben je aangewezen op enkele Zeeuwen, mensen uit Urk, Marken of Staphorst.”

Dat heeft volgens Smit meerdere oorzaken. „Folkloristische groepen, maar ook de dagelijkse dragers vergrijzen. Vaak gaat het om kostbare erfstukken of kleding die te lastig is om aan te trekken. Waar soms honderden spelden aan te pas komen en waarvoor je dus aangewezen bent op hulp van een buurvrouw of familielid.”

Hij ging op zoek naar eerdere boeken die over dit onderwerp geschreven waren en naar folkloristische verenigingen en muziekgezelschappen. „Omdat die ook vaak nog in historische kledij rondlopen. Waarna het een kwestie werd van adressen afbellen.” Zo wist Smit nagenoeg niks over klederdracht in Limburg en stuitte hij al googelend op de naam van Harry Linskens uit Venray, de klederdrachtspecialist van Museum De Kantfabriek in Horst die in 2014 op 81-jarige leeftijd zijn eerste boek schreef.

„Hij had op zolder nog een hele kist met kleding liggen en wist – belangrijker nog – welke stukken bij elkaar hoorden, hoe die gedragen moesten worden en bij welke gelegenheid.”

Zo kon je vroeger aan de kleding afzien of iemand in diepe of lichte rouw was, gehuwd of vrijgezel was, het om werkkleding of zondagse kledij ging en hij of zij arm of rijk was. „Als je zo’n persoon op straat tegenkwam, kon je aan de kleding als een nieuwsbrief aflezen wat er gebeurd was.”

Z o beschrijft Smit onder meer dat het op een gegeven moment in was om een vollere vrouw te hebben. „Had je die niet, dan werden er om dat te verdoezelen, soms zeven onderrokken over elkaar heen gedragen.”

loading

VOC

Daarnaast zorgde de Verenigde Oostindische Compagnie voor een van de eerste modeverschijnselen door in de zeventiende eeuw sits uit India mee te nemen: handbeschilderde stoffen met veelal bloemmotieven waardoor iedereen die dat wilde, zijn succes aan de buitenwereld kon tonen. „Zoals dat heden ten dage nog met auto’s en huizen gebeurt. Maar toen waren er nog geen auto’s. Dus werd je vrouw het uithangbord voor je persoonlijke welvaart. Hoe meer kant zij aan haar hoofdtooi droeg of hoe meer zilveren en gouden ornamenten, des te rijker je was.”

In het begin van de twintigste eeuw kwam er een kentering in het dragen van streekdrachten. Zodra jongeren in dienst of voor zaken naar de stad moesten, hulden zij zich in burgerkleding die ze razendsnel aan en uit konden trekken. Daar droeg ook een bedrijf als C&A aan bij, dat gaandeweg de nieuwste mode voor iedereen betaalbaar en toegankelijk maakte. „Er verschenen warenhuizen en tijdschriften, de stad werd makkelijker bereikbaar en de noodzaak om bij een bepaalde groep te horen werd minder.” Nu nog maar een enkeling deze kleding draagt, vond Smit het tijd dat de grote variatie die ons land hierin gekend heeft op schrift werd gesteld waardoor de kennis over een bijzonder stukje erfgoed bewaard blijft. Waarin De Laatste Mode zich onderscheidt van andere boeken over dit onderwerp is volgens hem het aantal foto’s. „Vaak is in andere boeken over dit onderwerp het beeld ondergeschikt gemaakt aan de tekst. Gaat het om ellenlange lappen tekst, soms geïllustreerd met een tekening of een schilderij of de afbeelding van een enkel stukje stof. Bij mij is het net andersom. Ik wilde vooral dat het een kijkboek werd met per hoofdstuk telkens kleine inleidende teksten. Gecontroleerd door lokale deskundigen en voor iedereen leesbaar.”

loading

Je kunt deze onderwerpen volgen
Binnenland
Fotoserie
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct