Broekers: IND treft geen blaam in zaak Bahreinse asielzoeker

Broekers: IND treft geen blaam in zaak Bahreinse asielzoeker ANP

De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) valt niets te verwijten in de zaak van de Bahreinse asielzoeker Ali Mohammed al-Showaikh, die na zijn uitzetting naar Bahrein tot levenslang werd veroordeeld. Dat schrijft staatssecretaris Ankie Broekers-Knol dinsdag in een brief aan de Tweede Kamer.

Al-Showaikh werd kort na zijn terugkeer in Bahrein berecht en tot levenslang veroordeeld. Volgens Amnesty International heeft het Bahreinse regime het op Al-Showaikh gemunt vanwege het politiek activisme van diens broer.

De Inspectie Justitie en Veiligheid concludeerde eerder in een rapport dat de asielprocedure van Al-Showaikh correct was verlopen. Broekers verzette zich lange tijd tegen oproepen uit de Kamer om het rapport openbaar te maken, omdat dit nadelige gevolgen zou kunnen hebben voor Al-Showaikh.

Verklaringen

De Nederlandse advocaat van Al-Showaikh maakte het rapport in oktober zelf openbaar, waardoor Broekers het nu geoorloofd vindt meer inhoudelijk op de zaak in te gaan. Ze onderschrijft de conclusie van de Inspectie, dat Al-Showaikh niet "aannemelijk had gemaakt" dat hij in zijn thuisland gevaar zou lopen.

"Zijn verklaringen waren naar het oordeel van de IND summier, tegenstrijdig en vragen over gestelde activiteiten kon hij niet onderbouwen. De IND heeft dan ook kunnen oordelen dat de vreemdeling niet in aanmerking kwam voor asielbescherming", aldus de bewindsvrouw. Ook informatie van het ministerie van Buitenlandse Zaken wijst er volgens Broekers op dat Al-Showaikh niet alle benodigde informatie had overhandigd tijdens zijn asielprocedure.

Asielprocedure zorgvuldig gevoerd

De broer van de Bahreinse man vertrok in 2014 naar Duitsland. Maar Al-Showaikh verliet Bahrein zelf in 2017, en volgens Broekers hadden hij "noch zijn familieleden problemen ondervonden van de zijde van de Bahreinse autoriteiten". Daarom vindt ze het niet aannemelijk dat de man gevaar liep vanwege zijn broer.

Toen Al-Showaikh eenmaal moest vertrekken wilde hij wel gaan, maar niet terug naar Bahrein. Dat de DT&V aan die wens niet tegemoet kwam was juist, omdat Al-Showaikh geen visum had voor een ander land, stelt Broekers. Hij zou hier ook geen werk van hebben gemaakt.

Broekers concludeert dat de asielprocedure "op zorgvuldige wijze" is gevoerd, "volgens de voorschriften en binnen de kaders van het asielbeleid".