Gewoon ongewoon op

Gewoon ongewoon op de eerste gemengde school

Gewoon ongewoon op

In het jaar waarin de Molukse wijk in Oosterwolde het vijftigjarig bestaan viert, komt Baukje Prins met het boek Gemengde gevoelens. Een studie naar haar Molukse en Friese klasgenoten in de jaren zestig.

Er lag een kleed over het televisietoestel en aan de muur, dacht ze, hing een schilderij van een tropisch eiland. De inrichting was kaler dan thuis, weet Baukje nog. Wanneer ze er voor het eerst een voet over de drempel zette, weet ze niet meer precies. Ze kwam daarna nog zo vaak bij haar Molukse vriendinnetje over de vloer.

'Heel gewoon'

Van 1962 tot 1968 ging Baukje Prins, lector burgerschap en diversiteit aan de Haagse hogeschool, naar de hervormde lagere school voor Christelijk Volksonderwijs aan de Rijweg in Oosterwolde, tegenwoordig cbs De Akker. Met zo'n tweehonderd leerlingen waarvan de helft Moluks was het een ‘gemengde' school avant la lettre.

De afgelopen jaren zocht Baukje haar klasgenoten van toen weer op. Ze voerde lange gesprekken met ze over hun jeugd en de invloed die hun gemengde school – een van de eerste in Nederland – op hun leven heeft gehad. En bijna iedereen, zowel Molukkers als Nederlanders, bezwoer dat ze vroeger ‘heel gewoon' met elkaar omgingen.

loading

Ambonezen

Zelf groeide Baukje op aan de Lage Esch, een half uurtje lopen van school. Ze was een leergierig kind. Serieus en gevoelig. ,,Ús Bauk wurdt letter juffrou'', zei haar moeder altijd. Verpleegster, het alternatief voor meisjes uit die tijd, was geen optie. ,,Ik kon niet tegen bloed, was het verhaal. En ik was onhandig.''

Toen Baukje naar de eerste klas ging, zaten er al meer dan tien jaar Molukkers, toen nog Ambonezen genoemd, op school. Ze woonden sinds 1951 in de kampen Oranje en Ybenheer bij Fochteloo. In 1964 verhuisde de helft van de 72 Molukse huishoudens uit de kampen naar een speciaal voor de gemeenschap gebouwde wijk in Oosterwolde.

Nieuwsgierig

,,Om de een of andere reden wilde ik meteen de eerste schooldag al naast een Ambonees meisje zitten'', weet Baukje nog. Misschien kwam het door haar moeder, van wie ze absoluut niet mocht discrimineren. ,,Ik wilde geen onderscheid maken, wellicht. Maar: ik was ook erg nieuwsgierig.''

Ze werd dikke vriendinnen met een paar Molukse meiden, maar kwam pas bij ze thuis toen ze naar Oosterwolde verhuisden. ,,Het kamp, daar ben ik nooit geweest. Dan moest ik 6 kilometer fietsen. Dat mocht ik niet in mijn eentje.'' Ze speelden veel binnen, deden samen de verhaaltjes na die de meester voorgelezen had.

Vreemde taal

Bij haar Molukse vriendinnen rook het anders thuis. En de taal die hun ouders spraken was vreemd. Waar dit veel Nederlandse meisjes uit haar klas juist afschrok, had dit op Baukje een grote aantrekkingskracht. Ze voelde zich meteen thuis in deze andere wereld. Ook al was ze er als blanke Friezin ook wel een beetje een bezienswaardigheid.

De moeders van haar speelkameraadjes waren allemaal heel lief, niet alleen voor hun jonge bezoek maar ook voor hun eigen kinderen. Baukje werd bagoes genoemd, Maleis voor mooi. En als ze woensdagmiddag na het spelen weer naar huis ging kreeg ze altijd twee zakjes met snoep en koekjes mee. Ook een voor haar jongere broertje.

loading

,,Is je vader thuis?''

Andersom was het voor haar Molukse vriendinnetjes niet zo vanzelfsprekend om met Baukje mee naar huis te gaan. ,,Als ze bij mij kwamen, was het eerste wat ze vroegen: is je vader ook thuis? Een vader, een blanke vader, was kennelijk iets om angstig voor te zijn. Dan moest ik ze geruststellen, dat ze niet bang hoefden te zijn.''

Op hun school, waar meester en kinderboekenschrijver Hendrik Hoogeveen de scepter zwaaide, leerden Baukje en haar klasgenoten dat alle kinderen gelijk waren. Ondanks uiterlijke verschillen. ,,Er werd ons niets geleerd over de achtergrond van onze Ambonese klasgenoten. We hebben nooit geproefd van elkaars culturen.''

Kaaskoppen

De protestants-christelijke gelijkheidsideologie was de norm, discriminatie uit den boze. ,,Wij zijn allemaal kinderen van een Vader, zo leerden we van meester Hoogeveen.'' Maar achter de ruggen van de meesters en juffen was er wel degelijk een verschil. Er waren kliekjes en soms ook ruzies tussen ‘zwarten' en ‘kaaskoppen'.

Pas sinds een jaar of tien realiseert Baukje zich hoezeer de Fries-Molukse omgeving waarin ze opgroeide haar heeft gevormd. Nadat ze in 1997 haar proefschrift over het Nederlandse minderhedenvertoog afrondde – ,,wat grappig dat ik daarvoor gekozen heb, dacht ik achteraf'' – , wilde ze bezig met een minder theoretisch thema: haar klas.

Gemengde gevoelens

Pas in 2001 ging ze echt aan de slag met haar studie naar haar klasgenoten. Hoewel ze zocht naar de gemene deler, de gezamenlijke schooltijd, drongen de verschillen zich op. De Molukkers hadden turbulentere levens geleefd, waren verder van huis geraakt en hadden minder gemengde gevoelens over de multiculturele samenleving dan de Friezen.

Dit jaar, waarin de Molukse wijk in Oosterwolde vijftig jaar bestaat, rondde Baukje haar boek Gemengde gevoelens af. ,,Het was een mooie back-to-my-roots-ervaring. Je begint als kind van ouders die niet zoveel hadden, door studie en werk ben ik letterlijk en figuurlijk ver van huis geraakt. Dit onderzoek heeft me weer thuis gebracht.''

Baukje Prins: Gemengde gevoelens. Molukse en Nederlandse klasgenoten in de jaren zestig. Van Gennep Amsterdam 19,90 euro

JOSÉ HULSING

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct