De onbewoonde eilanden in de Waddenzee: altijd aan de wandel

Altijd aan de

Als er in ons land zoiets bestaat als ongerepte natuur, dan is dat te vinden op de zandplaten en onbewoonde eilanden in de Waddenzee. Hier is nog echt sprake van dynamiek. Door de elementen zijn deze natuurpareltjes altijd aan de wandel.

Natuurgids Emo Klunder uit Veendam staat op een hoge, steile rand op Rottumeroog. Hij wijst naar beneden, waar niets is dan zand. ,,Hier stond het vogelwachtershuis. We hebben het moeten afbreken.''

Er klinkt spijt door in zijn stem. Klunder, behalve gids ook vrijwillig vogelwachter, was voor Staatsbosbeheer de laatste die in het oude onderkomen overnachtte. Dat was in november 2013. Vier maanden later werd het gesloopt. Wind en water hadden hun verwoestende werk gedaan, wonen in het huis was niet meer verantwoord.

Het is een voorbeeld van hoe de elementen tekeer kunnen gaan op de onbewoonde platen en eilanden. De zee neemt hele happen zand van het land om het elders weer af te zetten. Dat is de natuurlijke dynamiek, weet ook Klunder. ,,Het zand dat vrijkomt, blijft in dit gebied. Het wordt altijd weer naar andere plaatsen gevoerd waar het voor nieuwe aangroei zorgt.''

Zo wandelen deze stukjes land in de Waddenzee constant door. Rottumeroog verplaatst zich in de richting van de Eems. Er is wel gedacht dat het daar in de toekomst zou verdrinken maar dat valt waarschijnlijk mee, verwacht Klunder. De stroming van de Eems zelf houdt het tegen.

Het is prachtig op deze woensdag op Oog, zoals het eiland door ingewijden kortweg wordt genoemd. Voor de broedvogels zit het seizoen er op, het is de tijd dat de trekvogels arriveren voor hun tussenstop van noord naar zuid. Klunder noteerde al de eerste rosse grutto's, drieteenstrandlopers en kanoeten.

Een groep excursiegangers, een kleine dertig stuks, grijpt de kans die Staatsbosbeheer vandaag biedt om dit verboden terrein te verkennen. Daar is speciaal een vergunning voor geregeld.

De tocht zelf zit al vol dynamiek. Bij de planning is de organisatie afhankelijk van het tij. Het kan niet op elke dag en zeker niet op elk gewenst tijdstip.

loading

PRIKKEN

Vanaf Lauwersoog is het drie uren varen op ms Noordster. Compleet met omwegen zo'n 35 kilometer. Eerst door de vaargeul, vervolgens langs de lange takken die het laatste stukje van de route naar Rottumeroog markeren. Deze stokken, ‘prikken' in vaktaal, moeten, ook al weer door de dynamiek van de Waddenzee, ieder jaar opnieuw worden geplaatst. Dan is het doorvaren tot aan een opvallend gele paal. ,,De bushalte'', volgens schipper Louis de Jonge.

Het water zakt al, maar het is nog anderhalf uur wachten tot de Noordster droogvalt. Pas dan kunnen de passagiers van boord. Eerst moeten ze een klein eindje waden, dan nog een fiks stuk lopen op de zachte wadbodem. De tocht is zwaar, maar dat hoort bij zo'n expeditie.

Na een rondleiding van zo'n drie uren over het eiland is het tijd voor de terugtocht. Weer een kuier over het drooggevallen wad naar het schip, anderhalf uur wachten tot het water hoog genoeg is en dan weer varen. Tot de Noordster weer stilvalt. Het schip loopt vast, maar dit halfuurtje vertraging is voor de passagiers geen probleem. Het is immers, weten ook zij, de dynamiek van eb en vloed.

En wat ze hebben beleefd op Rottumeroog maakt alles goed. De wandeling over het brede strand, van het deel waar het eiland afslaat tot aan de andere kant waar aan de jonge duintjes is te zien dat het daar weer aangroeit, en dan binnendoor terug naar het baken.

Gids Emo Klunder laat de typische kweldervegetatie zien: ,,Deze planten kunnen alleen gedijen doordat het hier af en toe onder water staat.'' Verderop is te zien hoe dat in zijn werk gaat. Een brede slenk dringt ver door, tot aan het hart van het eiland. Als het zeewater echt hoog komt, treedt de slenk buiten zijn oever en komt de kwelder onder water te staan.

Dat zijn de omstandigheden waar zoutminnende planten het van moeten hebben. Het is nu de bloeitijd van lamsoor. Een flink deel van Oog staat er mee vol. Vooral als de zon er op schijnt, maken de uitbundig paars bloeiende planten een paradijsje van het eiland.

Klunder geniet er zelf met volle teugen van. Hij heeft net twee nachten doorgebracht op het eilandje. ,,Dat is heel bijzonder, het beleven van de stilte, samen met al de vogels die hier zijn.''

PRIMITIEF

Het onderkomen is primitief. Na de sloop van het vogelwachtershuis heeft Staatsbosbeheer onderaan het baken twee tenten laten plaatsen. Van goede kwaliteit, dat wel. Een bedrijf stelde ze beschikbaar om ze uit te proberen. Uiteindelijk moet dit type tent worden gebruikt op poolexpedities. Op Oog hebben ze het tot nu toe gehouden, zelfs met de recente zware storm.

De natuurorganisatie zou wel weer een vaste accommodatie op het eiland willen hebben. Een huis op palen zou mooi zijn, maar deze wens komt nog niet zo snel uit. Het geld ontbreekt. Nu blijft de aanwezigheid van vogelwachters noodgedwongen beperkt tot één weekend per twee weken.

Dat is jammer, want met een langere bezetting kan er niet alleen meer aan monitoring van de vogels worden gedaan, maar is er ook meer toezicht. Dat blijkt in de praktijk noodzakelijk. Een groot deel rond de eilandengroep Rottum is stiltegebied, maar alleen al op deze dag van het bezoek aan Oog komt een vliegtuig van het nabijgelegen Borkum zo laag laag overvliegen dat de fouragerende en rustende vogels massaal de lucht ingaan. En 's ochtends al is vlak onder het eilandje een kotter aan het vissen. Van beide incidenten wordt melding gemaakt bij de autoriteiten.

Gelukkig is het vogelwachtershuis op Rottumerplaat wel ruim vier maanden tijdens het broedseizoen bezet. Van Oog af is het, compleet met de woning die hier wel stand houdt, te zien. Tot deze eilandengroep hoort verder nog het Zuiderduin, een plaat die in de loop der jaren steeds meer begroeid is geraakt.

,,Het is heel belangrijk geworden voor lepelaars'', vertelt Klunder. Die broeden er in gezelschap van aalscholvers en het afgelopen voorjaar zelfs een paartje van de kleine zilverreiger.

loading

STAATSBOSBEHEER

Dit Zuiderduin wordt op het ogenblik niet bedreigd. ,,Gelukkig maar'', vindt de natuurgids, want het wordt steeds belangrijker voor vogels. En mocht het ooit wel door de zee worden aangetast, dan zal Staatsbosbeheer daar niks aan doen.

Ooit werd heel Rottum beschermd, werd er aan kustverdediging gedaan, maar dat beleid is losgelaten. Anders dan Natuurmonumenten op Griend, waar het belang van de vogels zo groot wordt geacht dat er een nieuw beschermingsplan in de maak is.

Griend is het enige onbewoonde eiland waarvoor dat geldt. Voor de rest heeft de natuurlijke dynamiek het voor het zeggen. Met als gevolg dat bijvoorbeeld een plaat als Simonszand, in de buurt van Rottum, over niet al te lange tijd zal verdwijnen. Het is al in twee stukken uiteengevallen en als vogeltellers hier op gezette tijden hun werk doen, staan ze bij hoog water soms tot hun enkels in het water.

Het is altijd zo geweest dat eilanden komen en gaan. Albert Buursma van de stichting Vrienden van Rottumeroog, die als cultuurgids mee is op excursie, laat dat zien aan de hand van historische kaarten. Een mooi voorbeeld is de geschiedenis van het eiland Bosch dat ongeveer op de plek van het huidige Rottum heeft gelegen. ,,Dat was een flink eiland, maar het is uiteindelijk helemaal in zee verdwenen.''

Buursma laat zien dat Oog op de huidige plek van Plaat heeft gelegen en dat het laatste eiland steeds verder richting het eerste wandelt, maar Oog zelf schuift ook nog steeds meer op. Het past in het algemene beeld dat de zandplaten en eilanden zich langzaam van zuidwest naar noordoost verplaatsen.

RAZENDE BOL

Simonszand is op dit moment de enige plaat die wordt bedreigd. De rest houdt voorlopig wel stand, ook de niet begroeide platen. Zoals bijvoorbeeld Engelsmanplaat onder Ameland, een geliefde bestemming voor wadlopers. En Noorderhaaks, ook Razende Bol genoemd, tussen Den Helder en Texel, waar zeehonden zich met hoog water graag ophouden. Hier werd de gestrande bultrug Johannes in 2012 een nationale beroemdheid.

Wat al deze platen en eilanden gemeen hebben, is dat ze niet worden bewoond. Dat wil niet zeggen dat er geen mensen komen. Die zijn nodig voor vogelonderzoek en om voorlichting te geven aan recreanten. Want, anders dan op Rottum, zijn sommige platen soms wel bereikbaar en vrij toegankelijk.

Waar de natuur dat kan verdragen, zijn mensen welkom. Een mooi voorbeeld is de Richel onder Vlieland waar zeilers hun boot laten droogvallen en naar de plaat wandelen. Daar worden ze ontvangen door de vogelwachters die er in een mobiel onderkomen van onderzoeksinstituut NIOZ bivakkeren.

Deze bewakers weerhouden de bezoekers ervan naar het begroeide deel van de Richel te lopen, want daar zitten de vogels te broeden. Tegelijk houden de vogelwachters bij wat er aan trekvogels komt om te eten en te rusten. Aan de hand van kleurringen aan de poten is de herkomst van een deel van deze vogels te herleiden.

loading

VLUCHTPLAATS

Op Noorderhaaks gebeurt hetzelfde. Deze plaat is, behalve voor zeehonden, ook van groot belang voor vogels die er met hoog water een vluchtplaats vinden. Wie er komt, krijgt van de vogelwachters te horen dat de noordkant verboden terrein is. Zo wordt de verstoring tegengegaan. Wat de rust dan soms nog wel te niet doet, is het oefenen van marine en luchtmacht op Noorderhaaks. Dat is een heel ander belang dat boven het lot van wadvogels wordt gesteld.

Behalve vogelwachters zijn er de patrouilleschepen van de Waddenunit die de situatie rond de rustgebieden in de gaten houden. Ze varen dagelijks op zee en spreken de recreanten aan die in de fout gaan. In de praktijk blijkt dat de vaarrecreanten zich over het algemeen keurig gedragen.

Zo stelt schipper Nico Laros van de Astorias deze zomer vast dat recreanten zich heel behoorlijk houden aan de voor de pleziervaart vastgestelde erecode. De surveillanten hoeven maar zelden een bekeuring uit te delen. De vaarrecreanten blijken de regels over het algemeen ook goed te kennen.

Dat is belangrijk, want de toeloop van watersporters is groot, met zeventien jachthavens in het waddengebied. De belangen van de recreanten, die vaak gesteld zijn op een grote mate van vrijheid, botsen al gauw met de natuur. Daarom zijn er regels opgesteld. Er zijn gesloten gebieden, zoals rond Rottum, droogvallen of voor anker gaan mag lang niet overal, voor speedboten zijn de mogelijkheden beperkt en gewone motorboten moeten zich overal aan maximum snelheden houden.

ERECODE

Door alle betrokken partijen is er speciaal voor de Waddenzee een erecode in het leven geroepen die vooral als doel heeft de natuur de noodzakelijke rust te gunnen. Want de natuur staat in dit Werelderfgoed centraal. Ook tijdens de rondwandeling op Rottumeroog kan dat niemand ontgaan. Gids Emo Klunder wil zo veel mogelijk moois aan zijn gasten laten zien, maar hij houdt de groep bij elkaar.

,,Op het strand is het niet zo'n probleem dat de mensen wat uitzwermen, maar in de kern van het gebied kan dat niet. Daar mogen we niet te veel de vogels verstoren en schade aanrichten aan de planten.'' Het is duidelijk: vogels en planten gaan hier voor de mensen.

Tijd om terug te keren naar de Noordster, zo bepaalt de dynamiek van eb en vloed. Als de boot weer los is, vaart hij langs de Boschplaat, een langgerekte zandvlakte onder Plaat. Zo lang het water niet hoog staat, rusten hier honderden zeehonden tegelijk. Een schitterend gezicht, een ware uitsmijter van de excursie.

Hoewel: ,,Allemaal consumenten, concurrenten'', bromt een bemanningslid van de Noordster. Zeehonden zijn de concurrenten. De man komt uit de wereld van de beroepsvissers die de zeehond liefst niet te veel vis zien eten.

Postzegels van Griend

Volgend jaar, als Natuurmonumenten 110 jaar Griend in beheer heeft, brengt Post.NL speciale postzegels uit met dit onbewoonde eiland als thema. Illustrator Erik van Ommen zorgt voor de tekeningen. Binnenkort brengt hij voor dit doel een bezoek aan Griend.

Mee op excursie naar Rottumeroog

Rottumeroog mag dan niet vrij toegankelijk zijn, Staatsbosbeheer biedt belangstellenden toch de gelegenheid de eilanden te bezoeken. Daarvoor zijn speciaal vergunningen aangevraagd. Op een aantal dagen vanaf half september en in oktober kunnen liefhebbers mee aan boord naar Rottumeroog. Startplaats is Lauwersoog. Afhankelijk van de windrichting en het tij zullen deze excursies twaalf tot dertien uur in beslag nemen. De organisator waarschuwt voor de zwaarte van de tocht. Zie ook: www.staatsbosbeheer.nl/activiteiten/rottum/expeditie-rottumeroog.

 

Een klooster op Griend

Griend was niet altijd onbewoond. In de Middeleeuwen was het een eiland met een ommuurde nederzetting. Een klooster was de belangrijkste bebouwing van dit Stedeke Grint. Een stormvloed in 1287 maakte hier een einde aan. Een paar boeren wisten op opgeworpen terpen op het eilandje sindsdien de voeten nog droog te houden, tot in de negentiende eeuw. Terschellingers gebruikten vervolgens de grond die er nog over was als hooiland, voor het weiden van schapen en voor het rapen van eieren voor consumptie.

Met de intrede van Natuurmonumenten, in 1916, was het gedaan met de hooiproductie en het rapen van eieren van de meeuwen en sterns. Sindsdien is het een echt vogeleiland: bewaakt en beheerd door de natuurorganisatie. Langzaam maar zeker ging Griend door afslag en opslibbing ‘aan de wandel'. Het ligt nu een stukje zuidelijker dan in de tijd van de kloosterlingen.

 

Bomans en Wolkers op Plaat

Het was een historische gebeurtenis, in juli 1971 toen achtereenvolgens schrijver Godfried Bomans en kunstenaar Jan Wolkers voor een radioprogramma een week in alle eenzaamheid op Rottumerplaat verbleven. Ze sliepen in een tentje en kregen slechts voedselpakketten, een slaapzak, een stoel, een tafel en een radioverbinding mee.

De ervaringen van de twee liepen sterk uiteeen. Stadsmens Bomans, die de natuur zei te beschouwen als ‘niet meer dan de afstand tussen twee steden', was doodsbenauwd. Hij werd bijkans gek van het gekrijs van de meeuwen die zich voortdurend rond zijn tent ophielden.

Wolkers daarentegen, op en top natuurmens, genoot met volle teugen van zijn verblijf op het onbewoonde eiland. Hij liep er naakt rond, een met de natuur.

Legendarisch is de anekdote van de dode zeehond. Wolkers vond het kadaver op het strand en kreeg al gauw het idee dat het om een zwanger beest ging. Hij liep uren met het idee rond het jong te bevrijden, voor hij het echt aandurfde. Toen hij de moeder open sneed, trof hij de ongeschonden en ongeboren pup aan. Ook dood.

 

De laatste voogd van Oog

loading

Hij was een duizendpoot. Ambtenaar van Rijkswaterstaat, strandvonder, onbezoldigd rijksveldwachter, vuurtorenwachter, kustwachter, meteoroloog, vertegenwoordiger van de reddingmaatschappij, vogelteller, verzekeringsagent, boer, schipper en hoofd van het gezin.

Jan Toxopeus, de laatste strandvoogd, woonde van 1936 tot aan zijn pensioen in 1965 met zijn gezin op Rottumeroog. Het is dus nog niet zo lang een onbewoond eiland.

Kleindochter Irma Koolhof-Bos uit Delfzijl heeft een grote doos vol documenten, foto's en artikelen uit kranten en tijdschriften over de tijd die haar voorvaderen op ‘Oog' doorbrachten.

Zelf maakte ze die tijd niet bewust mee, maar ze kent de verhalen. Van haar moeder, Mina, die als een van de vier kinderen van het gezin op Rottumeroog opgroeide en later het hele land afreisde om lezingen te houden. ,,Ze wilde het verhaal van dat bijzondere leven kwijt'', vertelt Koolhof.

En dan is er het boek Ik ben van Rottum , uit 1981, geschreven door Wiepke, de jongste dochter van de laatste strandvoogd. Zij verhaalt uitgebreid over het vrije leven op dit eiland.

STRANDVOOGD

Jan was in 1936 de tweede Toxopeus die strandvoogd werd. Vader Hendrik ging hem vanaf 1908 voor, als opvolger van G.K. van Dijk.

Het was een belangrijke functie: Rijkswaterstaat vond het van belang dat het eiland behouden bleef als een soort golfbreker voor de kust. De strandvoogd hield toezicht en werkte mee aan de kustversterking.

Het was een geïsoleerd leven, zo wordt duidelijk uit het boek van Wiepke Toxopeus. De eerste jaren gingen de kinderen niet naar school. Soms was er een onderwijzer van de wal, soms ook kregen ze les van moeder Henny.

loading

DIERENLIEFDE

Het gezin leerde een te zijn met de natuur. De kinderen vingen zieke en zwakke zeehonden op. Koolhof kent nog het verhaal van moeder Mina die een jonge verweesde huiler zo goed verzorgde dat het dier de vrijheid niet eens terug wilde. Het werd een huisdier, in een badkuip.

Dierenliefde was de kinderen met de paplepel ingegoten. Vader Jan was een natuurmens, met heel eigen ideeën. Hij was tegen onnodig ingrijpen in de natuur. Al zette hij wel konijnen uit, om altijd wat te eten te hebben. Maar meer dan hij nodig had, schoot hij niet.

Iets vergelijkbaars speelde zich af bij het rapen van meeuweneieren. Staatsbosbeheer wilde de kolonie van een paar duizend vogels inperken, zodat er nog een paar honderd zouden overblijven. Jan weigerde. Alleen de rovers onder de meeuwen bracht hij om, door vergiftigde eieren naast hun nesten te leggen.

‘We leefden als het ware te midden van de kolonie en we voelden ons met het eiland en de natuur verbonden', schrijft dochter Wiepke.

BEGRAFENIS

Een slechte periode brak aan in 1940. Op 10 mei confisqueerden de Duitsers Rottumeroog. Koolhof beschikt nog over een uniek document uit die tijd. Een ellenlange lijst van alles wat in beslag was genomen, met grote precisie beschreven. Van het complete huis tot de inventaris. Ondertekend door een speciaal benoemde eilandcommandant.

De familie Toxopeus werd naar Wilhelmshaven gebracht, waar vader Jan werd opgesloten. Hij zou geheime boodschappen hebben doorgeseind, luidde de beschuldiging. Toen dat ongegrond bleek, kwam hij vrij. Na de oorlog hernam het leven op Oog zijn normale loop: de strijd aangaan tegen de zee, bakens zetten, rijshout plaatsen en helm planten.

Toch werd het niet meer wat het was geweest. De dienst landaanwinning nam in 1956 het gezag over Rottum over. Het werd Toxopeus al gauw duidelijk dat deze instantie meer zag in buureiland Plaat. Oog werd aan zijn lot overgelaten. De strandvoogd kreeg nog wel een nieuw huis, maar dat beschouwde hij als niet meer dan een uit de kluiten gewassen directiekeet.

Toxopeus ging uiteindelijk in 1965 met pensioen. Het afscheid was wat wrang. Lees wat Wiepke schrijft: ‘Het leek allemaal heel feestelijk met toespraken en bloemen. Maar voor ons was het meer een soort begrafenis, een verbanning naar elders.'