Column Roos Schlikker over Tjeerd van Seggeren: 'Mijn neefje Tjeerd was een neef met een leven'

Pas toen ik de rouwkaart opende, kreeg hij zijn gezicht terug. Ik ken dat gezicht mijn hele leven al. Niet dat we elkaar wekelijks zagen. Maar hij was verwant. Eén van die vertrouwde mensen die de geschiedenis weten van jou en jouw familie, puur omdat ze er deel van uitmaken.

Op zacht papier staat zijn foto. Een knap jong. Verlegen lachje. Dromerige ogen. Ik weet precies wie hij zag op het moment dat er werd afgedrukt. Ik herken zijn pak, zijn expressie. Verlegen en trots tegelijkertijd.

De blik waarmee hij naar de vrouw keek die hij net getrouwd had. De blik waarmee hij naar de toekomst keek.

Op het feest daarna kregen mijn kinderen de slappe lach om die ene verwarde oom die maniakaal alle hapjes in zijn holle kies stopte. Daarna aten ze zich stralend misselijk aan lolly's.

Ik was het allemaal vergeten de laatste dagen. Ik probeerde zijn ogen weer te vangen, maar telkens als ik zijn naam googelde zag ik datzelfde Friese weiland. De blauwe provisorische tent om pottenkijkers te weren. De helikopter die boven het gebied cirkelde. Politiebusjes. Een grote wagen die wegreed. Lag hij daarin?

Ik kreeg berichtjes van mijn moeder met gruwelijke niet te herhalen details. Ik schrok 's nachts wakker. De ene keer de paniek inbeeldend van zijn ouders, de andere keer omdat ik me afvroeg hoe de moeder hun drie kindjes moest vertellen dat hun heit er niet meer is.

'Iets over een muziekfestival waar hij was. Dat hij niet gedronken had. Dat een omwonende urenlang een mobiele telefoon had horen rinkelen'

Ik graasde door kranten, maar las steeds hetzelfde. Iets over een muziekfestival waar hij was. Dat hij niet gedronken had. Dat een omwonende urenlang een mobiele telefoon had horen rinkelen. Familie en vrienden die uit het land der levenden hun handen naar hem uitstrekten. Niet wetende dat hij er niet meer was.

De dood is een raadsel. We begrijpen vaak niet waarom iemand juist op dat ene moment moet gaan. Maar een moord zet daar zo veel extra vraagtekens achter.

Niemand weet bij wie, waarom, hoe de razernij toesloeg waardoor een heel leven stopt en ogen nooit meer de wereld zullen zien. Niemand kan bevatten dat een gewone Friese jongen opeens landelijk bekend is omdat hij werd gevonden in een weiland.

Ik leg de rouwkaart op tafel en teken met mijn vinger zijn contouren na. Ik wil zo graag dat hij zijn gezicht behoudt. Ik wil niet dat zijn zoontjes en dochtertje voor altijd de kinderen zijn van de papa die werd vermoord. Ik wil niet dat zijn leven is afgezet met rood-wit politielint. Ik wil niet dat hij louter en alleen een zaak is waar tientallen rechercheurs op zitten. Ik wil dat weiland niet meer zien als ik aan hem denk.

Want hij was meer dan een zaak. Hij was een vader. Hij was een vriend. Hij was een zoon. Hij was een echtgenoot. En hij was een neef. Een neef met een leven. Een neef met een gezicht. Mijn neefje Tjeerd die met dromerige ogen naar de toekomst keek.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken, waaronder recentelijk nog Ajax, Mijn Club (2015). Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl

Toon reacties

Mis niets van het regionale nieuws. Ontvang onze dagelijkse nieuwsupdate, helemaal gratis.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven