Pooldeskundige Maarten Loonen: afschot ganzen is een 'heilloze weg'

Het afschieten van ganzen helpt niet. De overgang naar natuurinclusieve landbouw zal het ganzenprobleem voor de boeren wel flink doen afnemen.

Maarten Loonen van Rijksuniversiteit Groningen ziet met afschuw aan hoe in ons land jaarlijks tienduizenden ganzen worden afgeschoten. Al vanaf 1990 reist hij jaarlijks naar Spitsbergen om daar onderzoek te doen in het broedgebied van de brandganzen.

Met zijn opgedane kennis analyseert de onderzoeker hoe de situatie van de ganzen in ons land uit de hand gelopen is. Intensivering van de landbouw zorgt ervoor dat de vogels meer dan voldoende hebben te eten. Brandganzen vertrekken steeds later naar de broedgebieden, waar ze op de dan al ontdooide toendra’s ook direct voedsel kunnen vinden.

(Video: Maarten Loonen over het begin van de brandganzenkolonie)

Verstoring van het evenwicht

,,Als in ons land ganzen worden afgeschoten, trekken er minder naar de broedgebieden. Daar hebben ze dan minder concurrentie, dus hebben ze de beste plekken met het meeste voedsel voor het uitzoeken. Met een beter broedresultaat als gevolg’’, legt Loonen uit. Zo komen er weer meer naar de overwinteringsgebieden terug.’’

Hij heeft ,,geen goed gevoel’’ bij het beheren van de ganzen, zoals dat in ons land met onder andere afschot gebeurt. ,,Het geeft heel veel onrust in het veld. Verstoring, ook van andere natuurwaarden.’’

Met onderzoeker Maarten Loonen op Spitsbergen: 'Ik word heel emotioneel van wat ik hier zie'
Lees verder

Maatschappelijk gezien gaat het massale afschieten ook te ver, vindt Loonen. Principieel heeft hij niks tegen de jacht. Als jagers twintig ganzen schieten voor consumptie, vindt hij dat prima. ,,Maar dit is wat anders. Het wordt hen opgedragen veel grotere aantallen te schieten.’’

Zelfregulerend vermogen

Beheren kost geld en lost het probleem niet op, is de overtuiging van Loonen. Boeren krijgen schadevergoeding voor het gras dat door de ganzen wordt opgevreten. ,,Mensen hebben geleerd dat als ze zich benadeeld voelen, ze moeten protesteren. Dat zou ik ook doen als ik boer was. Maar het lost niks op.’’

De onderzoeker ziet veel meer heil in een veranderende landbouw, aangejaagd door Europa, met natuurinclusief werkende boeren, zoals dat al langer ook voor de weidevogels wordt bepleit. ,,Je produceert dan met oog voor de natuur. Minder intensief, wat voor minder geschikt voedsel zorgt, zodat de ganzenstand zal afnemen. Weg van de agrarische industrie, terug naar de grazende koeien.’’

Onderschat niet het zelfregulerende vermogen van de natuur, zegt Loonen. Maar het kost wel tijd: ,,Wat je in veertig jaar hebt opgebouwd, kost ook zomaar veertig jaar om het op te lossen.’’

,,Laat ons trots zijn op de ganzen’’, sluit de onderzoeker af. ,,Als het er wel te veel zijn, dan komt dat door ons.’’

Lees en bekijk hier een reportage van verslaggever Halbe Hettema en fotograaf Marcel van Kammen.

Toon reacties

Mis niets van het regionale nieuws. Ontvang onze dagelijkse nieuwsupdate, helemaal gratis.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven

Lees hier ons privacy statement