Landschapspijn: 'Niet polariseren, maar bruggen bouwen'

Sloten: voor Jantien de Boer vormen ze het ideale landschapselement om te vertellen over biodiversiteit en landschapspijn. Sinds ze over dat laatste schreef, regent het reacties. ,,Ik wil niet polariseren, ik wil bruggen bouwen.”

'Slootjes: ik ben er dól op!’’ Alsof ze juist die ene allerlekkerste bonbon uit het schaaltje heeft mogen kiezen, loopt Jantien de Boer (1965) natuurgebied de Kraanlannen binnen. Riet, water, een heerlijk zonnetje, uitzicht over de landerijen: wie doet haar wat?

Ze hurkt, knakt een grasspriet, steekt die in de mond: ,,Kikkervisjes kijken; bij sloten als deze was ik als kind niet weg te sláán…’’ Even is ze stil, dan met pretogen: ,,Misschien was ik toen al wel achterin de veertig!”

Natuurgebied Kraanlanden bij De Veenhoop. FOTO MARCEL VAN KAMMEN

Ping! Een appje. Radioprogramma Vroege Vogels, alsof de duivel ermee speelt. Ze leest voor: ,,Boerenzwaluwen zitten vol met gif. Uit onderzoek blijkt dat zwaluwen via insecten die ze boven de akkers vangen veel chemische bestrijdingsmiddelen binnenkrijgen.” Ze zucht: ,,Dat bedoel ik nou…”

Landschapspijn

Het zijn enerverende tijden voor De Boer, journalist van Leeuwarder Courant. Twee jaar geleden schreef ze over landschapspijn, een woord dat ze niet zelf bedacht, die eer gunt ze Theunis Piersma, hoogleraar trekvogelecologie.

Sloten

Een sloot is een gegraven watergang van maximaal 6 à 8 meter breed, die dient om het overtollig water af te voeren. Sloten vormen hét kenmerk van Laag-Nederland. Toch komen ze ook in de hogere delen van Nederland voor. We treffen verspreid namen aan als tocht, lei, graaf, grift, diepje, walsloot (Wieringen) en zwetsloot. In totaal beslaan de sloten in Nederland een lengte van zo’n 400.000 kilometer. Zij staan nadrukkelijk in relatie tot het grondwater. Zij hebben vooral een waterafvoerende functie. In tegenstelling tot beken hebben sloten een kunstmatige stroming, die tijdelijk en wisselvallig is. Andere functies zijn watertransport, drenken van vee, veekering en perceelscheiding.

In het stuk kaartte ze aan hoe bloemen, planten, vogels en insecten verdwijnen in een landschap dat wordt geofferd aan bulkproductie, met als gevolg steeds grotere boerderijen, omringd door steeds grotere, lege percelen. ‘Het grote doodgaan’ voltrekt zich heel geleidelijk, vandaar dat het niet opvalt.

Daar komt bij dat het grootste drama zich buiten het zicht afspeelt, in de bodem; door ploegen, drainage en mestinjectie is die kurkdroog geworden, zo dood als een pier.

Verdrietig en boos

De Boer had het ook niet door. Tot het moment dat een biologische boer haar ’s avonds meenam het land op. ,,De geluiden van de weidevogels, het was zo mooi.’’ Ze kan het zo weer oproepen maar daarmee ook hoe het vroeger was.

En dat verschil was erg groot, toen waren er beduidend meer vogels. Het maakte haar verdrietig en boos; een typisch geval van landschapspijn, stelde ze als diagnose.

‘Van wie is dit land eigenlijk?’, zette ze onder het stuk. Het regende reacties. Een open zenuw, begreep ze. Ze begreep ook dat iemand de handschoen moest oppakken. Ze nam zes weken vrij en schreef Landschapspijn, een pamflet noemt ze het zelf. De regen aan reacties gaat onverminderd door.

FOTO MARCEL VAN KAMMEN

Slotoen belangrijk voor de biodiversiteit

De Boer stapt door het hoge gras. ,,Een man mailde mij over een boer die in het land achter zijn woning meer dan 2 kilometer aan watergangen wil dempen. ‘Het worden megapercelen waar straks geen enkele schuilplaats voor dieren meer zal zijn’, schreef hij.”

Vandaar dat De Boer het over sloten wil hebben. ,,We noteren ze vaak amper, kijken eroverheen, maar ze zijn oh zo belangrijk voor de biodiversiteit. Boeren denken aan efficiëntie, maaien 9 meter breed, zo’n sloot is lastig, dus hup weg ermee. Weilanden verliezen hun ziel, hun geschiedenis. En hun weidevogels. Grutto’s hebben minstens 75 dagen tussen de balts en het moment dat de jongen zichzelf redden. Een weiland is dan allang gemaaid: ze zijn kansloos.”

Jazeker, ze krijgt ook reacties van boeren. Niet altijd even leuke. Ze drukt zich niet, waar ze wordt uitgenodigd verschijnt ze. De Boer, zelf klein van stuk: ,,Sta ik daar tussen twintig van die kerels.” Ergens vindt ze het ook wel leuk.

Insecten

Juist deze week kwam Natuurmonumenten met alarmerende cijfers over de afname van insecten. Uit tellingen in Drenthe (Dwingelderveld en Wijster) bleek dat het aantal loopkevers in 22 jaar met 72 procent was gedaald. Uit tellingen bij natuurgebied De Kaaistoep in Noord-Brabant bleek dat het aantal nachtvlinders in 20 jaar met 54 procent was afgenomen. De cijfers komen overeen met Duits onderzoek dat vorig jaar naar buiten kwam en waaruit bleek dat in Duitsland in 27 jaar maar liefst driekwart van de insecten was verdwenen.

,,Dé boer bestaat niet”, benadrukt ze. Veel van hen willen anders, maar zitten vast in een systeem dat gedicteerd wordt door chemieconcerns, hypotheekverstrekkers, zuivelreuzen die miljoenen verdienen aan export en tja: burgers die niet bereid zijn 10 cent meer voor een duurzame liter melk te betalen.

Een systeem ook met veel verborgen kosten. Van dat laatste is De Boer overtuigd. ,,We stevenen af op een ecologische ramp. Door neonicotinoïden in bestrijdingsmiddelen is ruim de helft van de insecten verdwenen, de bestuiving loopt daarmee gevaar en daarmee op termijn ons eten.”

De tijd van Ot en Sien

,,Hoor een rietzanger! Ja toch Marcel?”, vraagt ze voor de zekerheid aan de fotograaf, vogelkenner bij uitstek. Die knikt en mompelt: ,,Een rietzanger is vrolijk, karekieten zijn saai.” Zie je wel, had ze weer gelijk.

Als meisje dobberde De Boer elke zomer met haar ouders op een zeilboot op de Friese meren. ,,‘Jij wilt terug naar vroeger, de tijd van Ot en Sien’, zeggen tegenstanders.” Ja, ‘tegenstanders’. Ze baalt ervan, ze wil niet polariseren, integendeel, ze wil bruggen bouwen. Kennelijk is de tijd nog niet rijp, of moet de wond nog verder open?

,,Weet je waar ik echt boos van word? Partijen als CDA en VVD ontkennen de wetenschap. ‘Is maar een mening’, zeggen ze, gesteund door de chemische industrie. Wetenschappers zelf zijn te bescheiden, die leveren hun data en geven het dan uit handen, laten een mening aan anderen. Journalisten zijn eigenlijk net zo. Tja…”

Wandelroute

Lengte: 5 km, paaltjesroute

Begaanbaarheid: houd rekening met hoog gras en nattigheid

Honden mogen mee, mits aangelijnd

Natuurbeschermingsvereniging It Fryske Gea heeft een folder Wandelen en fietsen rond De Veenhoop. Daaruit over de Kraanlannen: ‘Volgens een oud ‘placaat’ uit 1542 broedde in dit gebied de kraanvogel. Vandaar de naam. Het gebied is pas na 1930 deels verveend. De stripen (zetwallen) zijn bijzonder vanwege de vegetatie van heischraalgrasland met onder andere valkruid, klokjesgentiaan, liggende vleugeltjesbloem, gewone dopheide en heidekartelblad. In de petgaten valt de pluimzegge op. In het rietland met veenmoslandjes bloeit in de maanden mei en juni de echte koekoeksbloem. Het is een belangrijk broedvogelgebied. De bekende zangvogels van rietland en moerasbos broeden er hun jongen uit, evenals de fuut, kuifeend, slobeend en bruine kiekendief. Het open gebied is ideaal voor de weidevogels. Op de open gedeelten rusten en ruien na het broedseizoen grote aantallen eenden en ganzen. De vogelkijkhut biedt volop gelegenheid om de vogels ongemerkt te bespieden.

Advies: neem een verrekijker mee.

Zie www.itfryskegea.nl

Toon reacties

Mis niets van het regionale nieuws. Ontvang onze dagelijkse nieuwsupdate, helemaal gratis.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven

Lees hier ons privacy statement