Tallinn-vlog (deel 7): Die Wunderbare Geschichte der Pöök

De twee Friese theatermakers Lourens van den Akker en Eelco Venema reizen in een oude Portugese ambulance naar Tallinn, op zoek naar de Europese droom. Voor de LC doen ze verslag van hun reis. Vandaag de slotaflevering.

Ergens in 2006 rijdt ’s morgensvroeg een Duitse autotechnicus naar zijn werk bij de Volkswagen Nutzfahrzeuge fabriek te Hannover. Laten we hem Friedrich noemen. Hij staat aan het begin van dit verhaal; de schepper als het ware. Hij is degene die misschien wel de laatste hand legt aan een Volkswagen LT 35, die dag. Of misschien zet hij zijn krabbel onder een order uit Portugal, want dat zal de bestemming worden van het gloednieuwe busje. Het krijgt een belangrijke taak als ambulance en wordt gestoken in felgele kleuren met oranje accenten. Vanaf nu zal dit busje, waar het ook komt, opvallen.

Wat het busje allemaal meemaakt weten alleen een paar ziekenbroeders, chauffeurs en patiënten, waarvan sommigen het niet zullen kunnen navertellen en het busje de laatste plek wordt waar zij hun ogen sluiten. Maar misschien worden er voor het eerst ook ogen geopend. Wie weet blaast ergens in Lissabon een Portugees meisje vandaag tien kaarsjes uit, precies tien jaar nadat ze in het busje ter wereld was gekomen.

Na jaren van trouwe dienst wordt het busje niet meer geschikt bevonden of zijn er nieuwe sterkere en snellere busjes voor hem in de plaats gekomen. Dus ons busje blijft staan. Geen ronkende motors, piepende remmen door de bocht, geen zwaailichten of sirenes meer. Op zo’n 2500 kilometer daarvandaan doet Friedrich zijn dagelijkse ronde door de fabriek. Echt aan busjes sleutelen doet hij niet meer. Reusachtige 3D printers spuwen een nieuwe generatie busjes op de wereld. Die avond ziet hij Portugal het Europees Kampioenschap winnen. Friedrich vloekt zachtjes zodat zijn vrouw hem net niet hoort.

Terwijl Portugal huilt van vreugde, staat ons busje nog steeds op een mistroostig parkeerterrein achter het ziekenhuis. Gelukkig zijn daar Albert en Thijs. Omdat Albert en Thijs dol zijn op busjes, komen busjes uit heel Europa bij hun. Een soort asiel is het eigenlijk. De busjes krijgen aandacht, een grote opknapbeurt en er worden nieuwe baasjes gezocht. Ook weer door heel Europa.

Ons busje vertrekt naar Leek naar zijn nieuwe baas, een gepensioneerde Grunninger. Hij heeft grote plannen met het busje. De kleuren mag hij houden, net als zijn zwaailichten. Maar het busje zal voortaan niet meer door het leven gaan als ambulance, maar als camper. Een week lang staat het busje samen met de oude man geparkeerd voor de Gamma, waar de man hout haalt, gereedschap, gasbranders en een flinke bus purschuim. De man is geen volleerd timmerman, maar doet zijn best om er wat moois van te maken en denkt aan de plekken waar hij naartoe zal reizen. Naar Italië, Frankrijk, Kroatië of misschien is een plekje aan de Kardingeplas bij Groningen ook wel naar het zin. Als hij nou maar eens uit kon zoeken hoe hij dat knipperende lampje met de letters SRS uit kon zetten. Een paar weken later sterft de man en neemt zijn mooie dromen mee in zijn graf. Weer staat het busje troosteloos langs de kant van de weg.

Ergens in een kroegje in Leeuwarden smeden twee mannen snode plannen om op reis te gaan naar Estland. Een reis dwars door Europa op zoek naar de Europese droom. Ze besluiten dat ze een busje nodig hebben om de tocht te kunnen maken. Een paar maanden later gaan ze op pad met een lijstje van busjes, die geschikt zouden zijn voor hun reis.

Nummer 1 op het lijstje staat in Leek en daar is het liefde op het eerste gezicht. Even later mag het busje eindelijk weer kilometers maken en in Leeuwarden wordt het door de twee mannen klaargemaakt voor de lange reis.

Het is 1 augustus en terwijl Friedrich in zijn auto weer naar de fabriek rijdt, begint het busje aan een reis van 5000 km naar de oostelijke grens van de Europese unie en weer terug. Voordat het busje zijn geboorteland in rijdt krijgt hij na meer dan tien jaar een naam: De Pöök. Ests voor beuk. Een geuzenaam, want de twee mannen zijn maar wát trots op dit stoere busje. Het brengt hen in Hamburg, Rostock, Poznan, Warschau, Riga, Tallinn, Berlijn en tal van andere steden en dorpen. Overal waar het komt trekt het bekijks. Stiekem mag de Pöök zelfs zijn zwaailichten soms nog eens tonen.

Na drie weken rijdt het busje een bekend terrein op. Een groot Volkswagenlogo boven op een reusachtige witte loods laat niks te raden over. Pöökje is thuis. Overal op het terrein staan nieuwe Pöökjes te wachten om de wijde wereld in te trekken. Terwijl de twee mannen het bezoekersgebouw inlopen zit in een kantine ergens verderop in het complex, Friedrich een broodje zalm te eten dat zijn vrouw iedere dag voor hem klaarmaakt.

Een keurig geklede jonge vrouw achter de balie spreekt in tegenstelling tot de meeste Letten, Esten en Polen, die de mannen eerder ontmoetten, geen Engels. De mannen, echte Europeanen als ze zijn, weten zich gelukkig inmiddels ook al aardig te behelpen in het Duits. Helaas kunnen ze niet rondkijken in de fabriek. Daarvoor moet lang van tevoren een afspraak worden gemaakt.

Maar ze zijn van harte uitgenodigd om het museum te bekijken, dat vooral een lofzang is op het ouwe T1 busje dat het ultieme vervoermiddel is geworden voor hippies, hipsters, surfers en andere vrijbuiters. De T1 staat voor vrijheid en stijl. Pöökjes zijn er niet te bekennen. Ook niet als miniatuurtje in de museumshop. Zelfs hier is de Volkswagen LT35 al uitgerangeerd en vergeten. De robuuste Crafter is het nieuwe paradepaardje onder de bedrijfsbusjes. De mannen wagen nog een laatste poging om in de fabriek te komen. Ze krijgen een telefoonnummer van iemand die een rondleiding zal verzorgen. Ze bellen een aantal keer, maar krijgen geen gehoor. Alleen een Duitse voicemail van iemand die Friedrich heet.

De mannen besluiten niet langer te wachten en vertrekken richting huis. Het is mooi geweest. Ze hebben zoveel beleefd en gezien. En het busje heeft hen zonder problemen gebracht naar de uithoeken van Europa. Over splinternieuwe snelwegen en onbegaanbare bospaden, door drukke steden en kleine vergeten dorpjes, langs zeeën en over rivieren. En na al die avonturen eerst in Portugal en nu in Oost-Europa heeft de Pöök ook weer even zijn geboortegrond bezocht. De Pöök beleeft niet de Europese droom. De Pöök is de Europese droom. Vanuit het raam van zijn kantoor op de tweede verdieping ziet Friedrich een geel oranje LT busje het terrein afrijden. Hij pakt zijn mobiel en ziet drie gemiste oproepen. Zo meteen weer één door Friedrich zo verafschuwde rondleidingen. Hij vloekt zachtjes in zichzelf en pakt zijn tas. Jetzt geht das schon wieder los…

La Broma Catalana / The Catalan joke / Katalaani nali / De Catalaanse grap

Onze reis is alweer een paar weken ten einde. Tijd om een klein geheimpje te verklappen. Al die tijd hebben we Pöökje aan iedereen voorgesteld als een Portugese ambulance. Maar al vrij snel kwamen we erachter dat het niet Portugees, maar Catalaans moest zijn. In Hamburg beklommen we het busje om mooie stoere foto’s te kunnen maken en daarbovenop het dak stond toch echt onmiskenbaar: Departament de Catalunya. Omdat die Portugese toevoeging overal al was gebruikt en beschreven vonden we het wat lullig om dat nog te gaan veranderen. Ter verdediging, de bus is ons in elk geval ook verkocht als zijnde een Portugese ambulance. Zo zie je maar, geloof niet zomaar alles wat je hoort en leest.

Maar goed, voor het verhaal maakt het niks uit, toch? Net als een reis niet mislukt is als je niet vindt wat je zoekt. We gingen op zoek naar de Europese droom, maar vonden haar niet. Althans niet in demensen. Velen zijn onverschillig richting Europa en wat dat betekent. Te groot, te abstract. Misschien te druk bezig met het kweken van een eigen identiteit zoals in de ‘jonge’ Baltische staten. Of zoals in Catalonië, waar ons Pöökje dus al die tijd heeft rondgescheurd. Daar hoopt een groot deel van de provincie op onafhankelijkheid van Spanje. Aan de ene kant probeert Europa één te worden, maar aan de andere kant brokkelt het net zo hard weer af, zo lijkt het.

Europa is ook geen ‘thuis’ zoals een stad, dorp of regio waar je woont. Dat overzichtelijk is. Waar je bent opgegroeid, waar je misschien ook zal sterven. Waar je familie en vrienden wonen. Je werk is. Waar alles is wat voor jou in dit leven telt. Voor een andere groep is dat niet genoeg. Die willen grenzen verleggen, vrienden maken aan de andere kant van de wereld. Nieuwe culturen ontdekken. Avontuur beleven. Hoewel het duidelijk is dat wij tot de tweede groep behoren is het niet een kwestie van het één of het andere. Zwart of wit. Goed of slecht. Wees gewoon wie je bent.

Voor ons is de wereld in elk geval weer een stukje kleiner geworden. Europa voelt voor ons wél als een thuis, waar we kunnen gaan en staan waar we willen. Waar we kunnen genieten van prachtige natuur of cultuur op al die verschillende plekken die het continent rijk is. Waar we op bezoek kunnen gaan bij onze Europese buren. We zijn met de Pöök op pad gegaan als twee echte ontdekkingsreizigers. Iets waar we vroeger al van droomden. Natuurlijk is een reis dan niet mislukt! Integendeel. En bovendien: we hebben ons buorman yn Tallinn wel degelijk ontmoet!

Zoals Lourens van den Akker altijd zegt: je moet in dit leven elkaar een beetje helpen. Zoals een goeie buur betaamt. Dat moet onze buurman in Tallinn ook hebben gedacht toen hij ons hulpeloos aan de Pöök zag prutsen.

De reis is ten einde, maar ons project nog zeker niet! The Pöök will be back! Us Buorman Yn Tallinn gaat als video-installatie spelen op verschillende festivals in Friesland en wellicht daarbuiten. Grenzen bestaan voor ons immers niet meer.

En oh ja, het SRS lampje brandt nog steeds…''

Toon reacties