Rients Gratama: De Friese kleinkunst in hoogst eigen persoon

Bijna zestig jaar vertegenwoordigde Rients Gratama, die woensdag op 85-jarige leeftijd overleed, vrijwel in zijn eentje de gehele Friese kleinkunst. Buiten hem was er weinig tot niets en ook bij zijn dood is zijn opvolger in geen velden of wegen te bekennen.

In de Friese theaterwereld was Rients Gratama uniek. Friestalige acteurs zijn er in deze van toneelverenigingen en iepenloftspullen vergeven provincie in overvloed, ook over de hoeveelheid muzikaal talent is geen reden tot klagen. Rients Gratama was de afgelopen zestig jaar echter de enige die beide disciplines in zich verenigde en als professioneel kleinkunstenaar de weg naar de theaters vond. Hij was de Friese kleinkunst in hoogst eigen persoon

Het begon allemaal in 1957. De in 1932 geboren Rients Gratama verdiende na de hbs zijn boterham met allerlei kantoorbaantjes en schopte het in vijf jaar tot directiesecretaris van suikerwerkfabriek Frisia in Harlingen. Het was zijn vader – zelf een verwoed amateurtoneelspeler – die Rients erop wees dat Tetman de Vries een jonge speler zocht. Tetman de Vries was de leider van het enige professionele theatergezelschap van Friesland in die jaren.

De zes jaar bij Tetman waren een belangrijke leerschool voor Rients. Hij leerde het vak – van schrijven tot zingen en acteren - maar hij leerde ook hoe zich tot het Friese publiek te verhouden. ,,Moai dat de seal fol sit,'' kreeg hij ooit te horen. ,,Moarn komme Gert en Hermien, dy binne djoer.'' Gratama liet zich door zulk commentaar niet uit het veld slaan, hij wist hoe er tegen Nederlandstalige artiesten werden opgekeken. ,,As wy oankamen, seine se: 'Dêr binne de mannen ek'. Wy moasten it net weagje om ús as in artyst te gedragen, wy moasten foaral gewoan bliuwe.''

Na zes jaar van traditioneel opgezette revues over het alledaagse leven in Friesland groeide bij Rients de behoefte zijn vleugels artistiek uit te slaan. Hij vormde samen met pianist Cor Huisman en Jetske Zijlstra – die ook bij Tetman hadden gespeeld – een nieuw gezelschap. Zijn eerste eigen programma Se moatte it sels mar witte ging in juni 1963 in première.

Hit

Een regelrechte hit uit dat programma was Sheik Sjoerd, over een boer onder wiens land gas was gevonden en die de dames op zijn stal maar al te graag wilden inruilen voor de dames in een harem. Het terugbrengen van de ontwikkelingen op wereldschaal naar de vertrouwde verhoudingen van het Friese platteland was een stijlfiguur die Gratama nog vele malen zou toepassen. Het paste bij zijn manier van cabaret maken: herkenbaar, relativerend, zelden op het scherp van de snede.

Na een aantal programma's, met steeds weer andere spelers en muzikanten, presenteerde hij in 1966 zijn eerste soloprogramma, Moai waar en lange dagen. Hij speelde het 120 keer, maar wat misschien wel belangrijker was: hij werd opgemerkt door Wim Sonneveld. Gratama verscheen door toedoen van Sonneveld op de nationale televisie en maakte al spoedig zijn eerste Nederlandstalige programma: Vingertjes in de pap. Toen hij in een interview vertelde dat in een Nederlands programma meer mogelijk was dan in een Fries kwam hem dat op kritiek uit de Friese Beweging te staan.

Tot 1982 zouden tien Nederlandstalige avondvullende programma's volgen. Wel zocht hij na die eerste Nederlandse onemanshow – ,,te eigenwijs'', oordeelde hij zelf – steeds de samenwerking met andere artiesten. Blauwe maandagen uit 1975 bijvoorbeeld maakte hij met acht studenten van de Kleinkunstacademie. Gratama was twintig jaar aan die school verbonden als docent. Zijn enthousiasme maakte hem geliefd bij de studenten.

Soms kritiek

De recensies die de Nederlandse cabaretier met het Friese accent kreeg, varieerden van enthousiast tot welwillend, maar zelfs de immer milde Rients Gratama stuitte soms op kritiek. Zo noemde een SGP-wethouder uit Zeeland het samen met actrice Mady Misset gespeelde programma Knollentuin ,,godslasterlijk''. Ook beschuldigde hij de cabaretier van majesteitsschennis.

De muziek speelde in de shows van Gratama altijd een belangrijke rol. In zijn eerste jaren liet hij zich begeleiden door een combo onder leiding van pianist Joop Verbeke, later voerden Cees Bijlstra en John Eskes de muzikanten aan. Muzikaal hoogtepunt was het programma Regen op het bloemkoolcorso, waarbij Rients het podium deelde met vijf – zo noemde hij zijn begeleiders – 'muzikantici'.

Rients Gratama liet zich in zijn liedjes niet alleen van zijn cabareteske kant zien, veel teksten getuigen ook van een groot lyrisch talent. Hij schreef overigens niet alles zelf. Voor zijn Nederlandse programma's deed hij soms een beroep op tekstschrijvers als Jan Boerstoel, Friso Wiegersma en Hans Dorrestijn.

Hoewel hij rond de première van Vingertjes in de pap als verwachting had uitgesproken dat er geen nieuwe Friese programma's zouden komen, stond in hij in 1972 toch weer met nieuw Fries materiaal op de planken. Groeten uit Pingjum maakte hij voor de opening van de Friese boekenweek, maar zou hij later nog 120 keer spelen. Nadien wisselde hij het Fries steeds af met het Nederlands. Friese programma's waren onder andere Ha dy Basken en Tachtich yn 'e bocht.

Musical

Na 1982 heeft hij geen nieuwe Nederlandstalige programma's meer gemaakt. Hij speelde 300 keer mee in de musical Fien (met Jasperina de Jong in de hoofdrol) en maakt twee programma's samen met Gerard Cox: De grijze plaag en Beperkte dijkbewaking.

In Friesland had hij met Alle jierren feest – een tentrevue met hele groep jonge spelers – en de musical Mata Hari een belangrijk aandeel in de afleveringen 1985 en 1990 van het Fries Festival. Voor Simmer 2000 maakt hij samen met De Kast, Piter Wilkens en Maaike Schuurman het programma Simmertime.

Vele voorstellingen en projecten zouden nog volgen. Hij had filmrollen in De Dream en Nynke, speelde in De Twaalf Gezworenen van het Noord Nederlands Toneel en was Kening Lear in de gelijknamige voorstelling van Tryater in de Fries Paardencentrum in Drachten. Hij regisseerde Jan Arendz van Tryater in diens voorstelling over de dichter Jan Arends en deed hetzelfde met de theaterversie van Baas Boppe Baas. Ook toonde hij zich in In eintsje libben en De goudfisk een begenadigd toneelschrijver.

Kerstrevue

Ook na zijn tachtigste bleef Gratama actief. Zo schreef hij zesmaal een kerstrevue voor het Posthuistheater in Heerenveen. Hij speelde zelf mee en werd op podium vergezeld door bekende acteurs als Freark Smink, Maaike Schuurman en Aart Staartjes en vele amateurs.

Behalve als theaterartiest was Gratama ook actief als schrijver. Hij schreef onder andere voor de Friesland Post en maakte samen met zijn levensgezelling Carla van der Heijde kinderboeken en cartoons voor de Leeuwarder Courant.

Rients Gratama was in 1990 de eerste die de Fryske Anjer – het eerbewijs van het Prins Bernhardfonds voor mensen met een grote verdienste voor de Friese cultuur – kreeg uitgereikt. Ook kreeg hij als eerste de cultuurprijs van de gemeente Smallingenland. Dat was in 1997. Sindsdien heet de driejaarlijkse prijs Gratama.

Eenzame hoogte

Zijn plek in de Nederlandse kleinkunst mag dan marginaal zijn gebleven, in Friesland stond hij decennia lang op eenzame hoogte. Hoewel liedjes als De Bugel fan Looft den Heer en het samen met Albert Bonnema gezongen Wat is leafde nog altijd grote bekendheid genieten, zei Rients Gratama, toen hij 75 jaar werd, niet te geloven dat zijn werk hem zou overleven.

,,Myn wurk stiet en falt mei dat ik it bring. Der wurdt amper in cd fan my ferkocht. De minsken moatte my derby ha om it moai te finen. As ik dea bin, kin dat net mear. Dan is it dien mei Rients.''

Toon reacties